Oefenen

Maak de volgende opgaven in je schrift.

▲ Vraag 20. Wat gebeurt er met nakomelingen die een positieve mutatie hebben?
A) Die hebben een grotere kans om te overleven
B) Die hebben een andere kleur vacht
C) Die zijn geëvolueerd
D) Die hebben een nadeel ten opzichte van de rest van de soort

▲ Vraag 21. Waarom krijgen nakomelingen met een positieve mutatie vaker zelf nakomelingen?

▲ Vraag 22. Wat is een ander woord voor natuurlijke selectie in het Engels?

Vraag 23. Een groep konijnen leeft in een bos. Een mutatie zorgt ervoor dat sommige konijnen een bruine vacht hebben in plaats van wit. Leg uit waarom dit in het bos een voordeel kan zijn.

Vraag 24. Waarom is natuurlijke selectie een belangrijk onderdeel van evolutie?
A) Het zorgt ervoor dat alleen zwakke dieren blijven bestaan
B) Het zorgt dat positieve eigenschappen zich verspreiden
C) Het voorkomt dat soorten veranderen
D) Het zorgt dat mutaties verdwijnen

Vraag 25. Is de volgende uitspraak waar of niet waar?
“Alle mutaties zijn nadelig voor de overleving van een organisme”

Vraag 26. Waarom hebben nakomelingen met een negatieve mutatie een minder grote kans om nakomelingen te krijgen?
Gebruik in je antwoord het woord ‘overlevingskans’.

☆ Vraag 27. Stel dat vissen in een donkere omgeving door een mutatie grotere ogen krijgen, waardoor ze beter zien. Verklaar met behulp van natuurlijke selectie waarom deze mutatie zich waarschijnlijk verder verspreidt.

☆ Vraag 28. Leg uit waarom een positieve mutatie zich vaak verder verspreidt in een soort.

☆ Vraag 29. Biologen noemen natuurlijke selectie ook wel “survival of the fittest”.
“The fittest” zijn de soorten die zich het beste kunnen aanpassen aan hun omgeving.
Waarom kunnen soorten die zich goed kunnen aanpassen beter overleven?