Oefenen

Maak de volgende opgaven in je schrift.

▲ Vraag 30. Wat maakt een ecosysteem weerbaarder?
A) Wanneer er maar één soort in voorkomt
B) Wanneer er veel verschillende soorten planten en dieren zijn
C) Wanneer er geen afbrekers aanwezig zijn
D) Wanneer mensen alle bossen kappen

▲ Vraag 31. Waarom is het belangrijk voor mensen dat ecosystemen weerbaar zijn?

▲ Vraag 32. Wat kan er gebeuren met onze voedselvoorziening als we de ecosystemen slecht beschermen?
Vraag 33. Stel je voor dat er een ziekte uitbreekt voor een soort plant.
Het ecosysteem van de plant bevat veel verschillende soorten planten.
Is de rest van het ecosysteem in staat om dit op te vangen?

Vraag 34. Een boer kapt een stuk bos, waardoor minder soorten overblijven. Wat betekent dat voor de weerbaarheid van dat ecosysteem?

Vraag 35. Welke uitspraak klopt?
A) Ecosystemen met weinig soorten zijn beter bestand tegen verstoringen
B) Ecosystemen zijn voor mensen niet belangrijk
C) Ecosystemen met veel soorten zijn sterker en weerbaarder
D) Vogels hebben altijd genoeg voedsel, ook zonder insecten

☆ Vraag 36. Hoe kan het verdwijnen van één soort toch effect hebben op mensen, zelfs als die soort niet door mensen wordt gegeten?

☆ Vraag 37. Een boer teelt op zijn akker alleen maar mais. Er breekt een plaag uit van insecten die alleen mais eten. Hierdoor gaan alle maisplanten dood.
Hoe had de boer kunnen voorkomen dat al zijn planten dood gaan?

☆ Vraag 38. In een vijver leven tien verschillende soorten vissen.
In een andere vijver leven twee soorten vissen.
Een soort vis sterft uit door een ziekte. Bij welke van de twee vijvers is de verstoring van het ecosysteem het grootst?