Maak de volgende opgaven in je schrift.
▲ Vraag 30. Wat kan er gebeuren als twee groepen van dezelfde soort lange tijd gescheiden zijn?
▲ Vraag 31. Wanneer spreken we van een nieuwe soort?
A) Als er een mutatie optreedt in een cel
B) Als twee groepen niet meer met elkaar kunnen voortplanten
C) Als dieren verhuizen naar een ander gebied
D) Als een dier een andere kleur krijgt
▲ Vraag 32. Waarom spelen mutaties een belangrijke rol in soortvorming?
A) Zonder mutaties zou er geen verschil ontstaan tussen groepen
B) Mutaties zorgen altijd dat soorten sneller verdwijnen
C) Mutaties maken dieren altijd sterker
D) Mutaties voorkomen dat evolutie plaatsvindt
Vraag 33. Een groep muizen raakt gescheiden door een rivier. Na duizenden jaren blijken de groepen zo verschillend dat ze niet meer samen jongen kunnen krijgen.
Hoe noemen we dit?
Vraag 34. Schrijf het onderstaande schema over, en verbind de woorden met de juiste omschrijving.
| 1. Mutaties | ● | ● | A. Het ontstaan van een nieuwe soort uit een bestaande soort |
| 2. Soortvorming | ● | ● | B. Veranderingen die langzaam nieuwe eigenschappen veroorzaken |
| 3. Evolutie | ● | ● | C. Een verandering in het DNA |
Vraag 35. Welke van de volgende situaties kan leiden tot soortvorming?
A) Een groep dieren verhuist tijdelijk naar een ander gebied
B) Twee groepen van een soort leven duizenden jaren apart en passen zich aan
C) Een dier krijgt een nieuwe vachtkleur in één generatie
D) Mutaties verdwijnen door natuurlijke selectie
Vraag 36. Als een plantensoort in twee groepen wordt opgesplitst en beide groepen mutaties krijgen, wat kan er dan op lange termijn gebeuren?
☆ Vraag 37. Leg uit waarom soortvorming een langzaam proces is.
☆ Vraag 38. Wat is het verschil tussen evolutie en soortvorming?