Maak de volgende opgaven in je schrift.
▲ Vraag 20. Noem een voorbeeld van een verstoring van een ecosysteem.
▲ Vraag 21. Waarom kan boskap zorgen voor een verstoring van het ecosysteem?
▲ Vraag 22. Wat is een plaag?
A) Wanneer er te weinig dieren zijn
B) Wanneer er ineens heel veel van één soort zijn
C) Wanneer er een ziekte uitbreekt
D) Wanneer een ecosysteem gezond is
Vraag 23. Wat kan er gebeuren als er een ziekte uitbreekt onder vogels, zoals vogelgriep?
A) Er verandert niets in het ecosysteem
B) Er komen ineens veel meer vogels bij
C) Vogels sterven, waardoor andere organismen niets meer te eten hebben
D) Planten verdwijnen vanzelf
Vraag 24. Welke uitspraak klopt?
A) Alleen mensen kunnen een ecosysteem verstoren
B) Verstoring heeft nooit invloed op andere organismen
C) Een plaag betekent dat er te veel dieren van één soort zijn
D) Ziekten horen niet bij ecosystemen
Vraag 25. Mensen zetten een nieuwe soort vis uit in een meer. Deze vis eet bijna alle waterplanten op. Leg uit hoe dit het ecosysteem verstoort.
Vraag 26. Waarom zorgen plagen vaak voor schade aan natuurgebieden?
☆ Vraag 27. Vergelijk een verstoring door een ziekte en een verstoring door een plaag. Wat is het verschil?
☆ Vraag 28. In een weiland eten te veel konijnen het gras op. Wat gebeurt er met andere planteneters in dat ecosysteem?
☆ Vraag 29. Waarom is het moeilijk om een ecosysteem te herstellen nadat het lange tijd verstoord is geweest?