|
Tijdens deze proef ga je in tweetallen aan de slag. We gaan experimenteren met de fase-overgangen. Voor deze proef heb je twee glazen of bekertjes nodig. Ook heb je heet water en een ijsblokje nodig. Deze krijg je van de docent. Doe het hete water in het onderste glas of beker. Zet de andere beker er op zijn kop bovenop. Leg daar bovenop een ijsklontje. Kijk goed wat er gebeurt op de rand van de omgedraaide beker.
|
Vraag 1. Wat is de onderzoeksvraag van dit onderzoek?
Vraag 2. Schrijf deze tekst over en vul aan.
Op de rand van het bovenste bekertje zie ik ______.
Vraag 3. Welke fase heeft het ijsblokje aan het begin van de proef? Kies uit vast, vloeibaar, of gas.
Vraag 4. Welke vorm van water zie je als het ijs blokje gesmolten is? Kies uit vast, vloeibaar, of gas.
Vraag 5. Schrijf de onderstaande figuur worden over. Verbind de juiste woorden met elkaar.
| Smelten | ● | ● | Heet water in bekertje |
| Condenseren | ● | ● | Rand van bovenste bekertje |
| Verdampen | ● | ● | IJsblokje |
☆ Vraag 6. Leg uit waarom er waterdruppels aan de onderkant, en niet aan de bovenkant van het bovenste bekertje zitten tijdens het experiment.
☆ Vraag 7. Schrijf de hele proef netjes op in je schrift.
Doe dit in vier stappen, onder elkaar:
1. Onderzoeksvraag: Wat wilde je onderzoeken?
2. Methode: Hoe heb je het onderzoek gedaan?
3. Resultaten: Wat heb je gemeten of gezien?
4. Conclusie: Wat kun je uit je resultaten concluderen?
Zorg dat elke stap duidelijk onder elkaar staat.