Dit is een samenvatting van de derde paragraaf. Deze is behandeld in les 12 tot en met 14.
|
Chemische reacties en natuurkundige processen In deze paragraaf gaan we het hebben over natuurkundige processen en chemische reacties. Bij een natuurkundig proces veranderen de stoffen niet, maar verandert bijvoorbeeld de fase. Een natuurkundig proces kan je terugdraaien. Bijvoorbeeld: Bij een chemische reactie veranderen stoffen in andere, nieuwe stoffen. Een chemische reactie kan je niet terugdraaien. |
|
Chemische reacties opschrijven en berekenen Voor chemische reacties hebben wetenschappers een speciale manier van opschrijven. Alle stoffen die er aan het begin zijn, staan voor de pijl. Alle stoffen die er aan het eind zijn, staan achter de pijl. Een voorbeeld is de reactie tussen een bruistablet en water:
Wanneer je niet één, maar twee bruistabletten oplost, komt er ook twee keer zo veel koolstofdioxide aan het eind. |
|
Chemische reacties in het dagelijks leven Veel dingen die we elke dag gebruiken, zijn gemaakt met chemische reacties. Bijvoorbeeld: Bij sommige chemische reacties komen giftige stoffen vrij. Als die in de natuur terechtkomen, kan dat mensen, dieren en planten ziek maken. We noemen dat milieuvervuiling. Chemische reacties zijn dus handig, maar we moeten er ook goed over nadenken. |
|
☆ Verdiepingsles: Atomen Moleculen zijn opgebouwd uit nog kleinere deeltjes. Die noemen we atomen. Er zijn ongeveer honderd atomen. Van deze atomen kan je alle verschillende moleculen maken. Alle atomen korten we af met een of twee letters. Zo is de letter O zuurstof, en de letter H waterstof. Een voorbeeld van een molecuul is het waterstofmolecuul. Deze bestaat uit drie atomen: Omdat er 2 keer een H, en 1 keer een O in zit, noemen we dit H2O.
|
|
☆ Verdiepingsles: Atomen in chemische reactie Moleculen zijn opgebouwd uit atomen. Soms kunnen deze moleculen veranderen. Dat noemen we een chemische reactie. Bij een chemische reactie gaan atomen van het ene molecuul naar een ander molecuul. Ze maken nieuwe moleculen. Bij een reactie verdwijnen atomen niet en komen er ook niet zomaar bij. Een voorbeeld is een reactie met H (waterstof) en O (zuurstof). Dat staat in de afbeelding hieronder.
|