Afsluiting

Maak de volgende opgaven in je schrift.

Vraag 8. Waar schrijf je de stoffen aan het begin van een reactie?
A) Voor de pijl
B) Achter de pijl
C) Onder de pijl
D) Boven de pijl

Vraag 9. Hieronder staat een chemische reactie.
IJzer + water + zuurstof --> roest
Is deze reactie juist weergegeven, en waarom wel of niet?

Vraag 10. Een reactie is als volgt weergegeven:
Zuurstof + benzine --> water + koolstofdioxide
Schrijf op in je schrift:
1) Welke stoffen zijn er aan het begin van de reactie?
2) Welke stoffen zijn er aan het eind van de reactie?

Vraag 11. Schrijf de onderstaande zin over in je schrift en vul aan.
Als je de hoeveelheid beginstoffen verdubbelt, _______ de hoeveelheid eindstoffen.

Vraag 12. Stel dat er bij 1 bruistablet, 1 liter CO₂ vrijkomt.
Hoeveel liter CO₂ komt er dan vrij bij 3 bruistabletten?
A) 1 liter
B) 2 liter
C) 3 liter
D) 4 liter

☆ Vraag 13. Stel dat er bij 1 bruistablet, 1 liter CO₂ vrijkomt.
We meten dat er 4 liter CO2 is vrijgekomen.
Hoeveel bruistabletten hebben we dan opgelost?

☆ Vraag 14. Als je 5 gram steenkool verbrandt, ontstaat er 3 liter koolstofdioxide. Hoeveel koolstofdioxide ontstaat er dan bij 10 gram steenkool?

☆ Vraag 15. Je stopt een bruistablet in een glas water. Een andere bruistablet stop je in een grote emmer met water. Is de hoeveelheid koolstofdioxide die vrij komt in beide situaties hetzelfde, of is het anders?