Maak de volgende opgaven in je schrift.
Vraag 8. Wat is een molecuul?
A) Een vloeistof
B) Een bouwsteen van een stof
C) Een smaakstof
D) Een materiaalsoort
Vraag 9. Schrijf deze tekst over en vul aan.
Als een stof uit één soort molecuul bestaat, noem je het een _______________.
Vraag 10. Waarom is cola een mengsel?
Vraag 11. Noem een voorbeeld van een zuivere stof, en een voorbeeld van een mengsel.
Vraag 12. Schrijf de volgende stoffen op in je schrift, en schrijf erachter of het een zuivere stof of een mengsel is.
1) Een ijzerstaaf
2) Sinaasappelsap
3) Zuiver water
4) Limonade
☆ Vraag 13. In een glas water doe je een lepel suiker.
De suiker verdwijnt en je ziet niets meer zweven.
Is dit een mengsel of een zuivere stof?
☆ Vraag 14. Je krijgt een fles met een onbekende vloeistof.
Je laat de fles staan en ziet na een tijdje twee lagen met verschillende kleuren.
Zat er in de fles een zuivere stof of een mengsel?