Dit is een samenvatting van de eerste paragraaf. Deze is behandeld in les 1 tot en met 6.
|
Wat is Science? Science is het Engelse woord voor wetenschap. Mensen die aan wetenschap doen, noemen we wetenschappers. Wetenschappers zoeken antwoorden op vragen. Dat doen ze door goed te kijken, te meten en proefjes te doen. Dit heet onderzoek. Vroeger dachten mensen dat je ziek werd door boze geesten. Nu weten we dat ziek worden meestal komt door bacteriën of virussen. Je ziet wetenschap overal terug. Bijvoorbeeld in de keuken als je kookt, of als je de band van je fiets oppompt. Ook je mobiel werkt met techniek die uit de wetenschap komt. Bij dit vak ga je zelf leren goed te kijken en dingen uit te proberen. Zo word je zelf ook een beetje een wetenschapper! |
|
Onderzoek doen Een onderzoek begint altijd met een vraag over wat je wilt weten. Die vraag noem je een onderzoeksvraag. Daarna kies je een methode. Dat betekent: hoe ga je het onderzoeken? Wat je meet of ziet, noem je het resultaat. Aan het einde trek je een conclusie. Hierin geef je antwoord op de onderzoeksvraag. |
|
Voorbeeld onderzoek: Het rotten van appels Onderzoeksvraag: “Blijft een appel langer vers in de koelkast, of uit de koelkast?” Methode: Je gebruikt twee appels. Een van de appels leg je in de koelkast, de andere erbuiten. Resultaat: De appel in de koelkast bederft na 10 dagen, de appel erbuiten na 6 dagen. Conclusie: De appel die in de koelkast bewaard werd, bleef langer vers dan de appel buiten de koelkast |
|
De onderzoeksvraag Een onderzoeksvraag is de vraag waarop je met je onderzoek een antwoord zoekt. Het is de eerste stap van elk onderzoek. Er zijn drie eisen aan een onderzoeksvraag: Een voorbeeld van een goede onderzoeksvraag is: “Wat gebeurt er met water als je het invriest?”. Deze begint met “Wat”, en is makkelijk te beantwoorden met een proefje. Een voorbeeld van een slechte onderzoeksvraag is: “Hoe voelt liefde?”. Dat is niet te meten, en is niet specifiek en duidelijk. |
|
De methode De methode is het stappenplan van je onderzoek. Het beschrijft precies wat je gaat doen, met welk materiaal, en hoe je dat doet. Met een duidelijke methode kun je het onderzoek nauwkeurig uitvoeren. Als je een proef doet, is het belangrijk dat je telkens maar één ding tegelijk verandert. Als je meer dingen tegelijk verandert, weet je achteraf niet wat zorgt voor het resultaat. |
|
Resultaat Het resultaat is wat je ziet, meet of ontdekt tijdens je onderzoek. Het is een feit, geen mening. Je schrijft het op zoals het echt gebeurde – ook als het anders was dan je had verwacht. |
|
Conclusie De conclusie is het antwoord op je onderzoeksvraag. Je legt uit wat je hebt geleerd. Je trekt de conclusie aan het einde van je onderzoek, na het bekijken van je resultaat. Let op: je legt niets meer uit over hoe je het gedaan hebt, en je voegt geen nieuw resultaat toe. Je kijkt gewoon naar wat je hebt gemeten of gezien. |
|
Een echte wetenschapper In deze lessen heb je de eerste stappen gezet om wetenschapper te worden! Je hebt geleerd hoe je een onderzoek moet opzetten en wat de stappen zijn voor een goed onderzoek. De komende twee jaar zul je bij Science vaak zelf onderzoeken moeten gaan doen, waarbij je deze kennis steeds zal gebruiken! |