Maak de volgende opgaven in je schrift.
Vraag 1. Wat is een stofeigenschap?
A) Hoe een stof gemaakt wordt
B) Iets dat je kunt meten of waarnemen aan een stof
C) Een soort verpakking
D) Hoe oud een stof is
Vraag 2. Noem drie stofeigenschappen die je zonder proefje kunt waarnemen.
Vraag 3. Welke stofeigenschap hoort bij deze zin:
“IJzer wordt aangetrokken door een magneet”?
A) Brandbaarheid
B) Geur
C) Magnetisme
D) Kleur
Vraag 4. Waarom is een pan vaak van metaal gemaakt?
A) Omdat het mooi is
B) Omdat metaal brandt
C) Omdat metaal goed warmte geleidt
D) Omdat het licht is
Vraag 5. Wat is een verschil tussen hout en glas als materiaal?
Noem één stofeigenschap die anders is.
☆ Vraag 6. Kies drie materialen (bijvoorbeeld hout, metaal, plastic) en geef van elk één stofeigenschap die je belangrijk vindt bij het maken van een stoel.
☆ Vraag 7. Je krijgt twee blokjes. Een blokje is van hout, het andere blokje is van metaal. Het is donker, dus je kan niet zien welk blokje van hout en welk blokje van metaal is.
Hoe kun je er toch achter komen welk blokje van welk materiaal is gemaakt? Noem minstens twee stofeigenschappen die je zou testen.