|
Tijdens deze proef ga je in tweetallen aan de slag. We gaan ijsblokjes in warm water en in lauw water leggen. We willen weten of een ijsblokje sneller smelt in warm water of in lauw water. Eerst gaan we de starttijd van de proef noteren. Daarna noteren we ook de tijden dat de ijsblokjes zijn gesmolten. Waarschijnlijk heb je al wel een idee wat er gaat gebeuren. Tijdens deze proef leer je om dit allemaal netjes op te schrijven, zoals een echte wetenschapper. |
Vraag 1. Wat is de onderzoeksvraag van deze proef?
Vraag 2. Waarom moeten de ijsblokjes tegelijk in het water gelegd worden?
A) Dan heb je minder werk
B) Dan smelten ze allebei
C) Dan kun je eerlijk vergelijken
D) Dan wordt het water kouder
Vraag 3. Wat moet je doen met de tijden die je opschrijft?
A) Je kiest de tijd die het kortst lijkt
B) Je telt ze bij elkaar op
C) Je berekent hoeveel minuten het duurde tussen begin en eind
D) Je kiest de tijd die je het mooist vindt
☆ Vraag 4. Schrijf deze tekst over en vul aan.
Het ijsblokje in het __________ water zal waarschijnlijk sneller smelten, omdat dat water meer warmte heeft.
|
Voer nu de proef uit. Leg beide ijsblokjes tegelijkertijd in het warmte en koude water, en noteer de starttijd. Noteer daarna ook de tijd wanneer de ijsblokjes zijn gesmolten |
Vraag 5. Schrijf de onderstaande tabel over in je schrift, en vul deze in.
| Tijdstip | |
| Start proef | |
| IJsblokje in warm water gesmolten | |
| IJsblokje in koud water gesmolten |
Vraag 6. Bereken de tijd van smelten voor het ijsblokje in het warme water en het ijsblokje in het koude water.
Vraag 7. Wat is de conclusie van deze proef?
Vraag 8. Schrijf de hele proef netjes op in je schrift.
Doe dit in vier stappen, onder elkaar:
1. Onderzoeksvraag: Wat wilde je onderzoeken?
2. Methode: Hoe heb je het onderzoek gedaan?
3. Resultaten: Wat heb je gemeten of gezien?
4. Conclusie: Wat kun je uit je resultaten concluderen?
Zorg dat elke stap duidelijk onder elkaar staat.