Paragraaf 3: Chemische reacties

Dit is een samenvatting van de derde paragraaf. Deze is behandeld in les 12 tot en met 14.

Chemische reacties en natuurkundige processen

In deze paragraaf gaan we het hebben over natuurkundige processen en chemische reacties.

Bij een natuurkundig proces veranderen de stoffen niet, maar verandert bijvoorbeeld de fase. Een natuurkundig proces kan je terugdraaien.

Bijvoorbeeld:
- Als ijs smelt, krijg je water. Je kan dit omdraaien door het weer in te vriezen.
- Als je een blikje platdrukt, verandert de vorm, maar de stof blijft hetzelfde metaal.

Bij een chemische reactie veranderen stoffen in andere, nieuwe stoffen. Een chemische reactie kan je niet terugdraaien.
Bijvoorbeeld:
- Als hout verbrandt, krijg je as en rook. Je kan het hout niet meer terugkrijgen.
- Als je een ei bakt, wordt het eiwit hard en wit. Dat kun je niet meer terug veranderen in rauw ei

 

Chemische reacties opschrijven en berekenen

Voor chemische reacties hebben wetenschappers een speciale manier van opschrijven.

Alle stoffen die er aan het begin zijn, staan voor de pijl.

Alle stoffen die er aan het eind zijn, staan achter de pijl.

Een voorbeeld is de reactie tussen een bruistablet en water:

   bruistablet + water  -->  koolstofdioxide (gas)


Als je weet hoeveel stoffen er aan het begin waren, kan je ook berekenen hoeveel stoffen er aan het eind zijn.

Wanneer je niet één, maar twee bruistabletten oplost, komt er ook twee keer zo veel koolstofdioxide aan het eind.

 

Chemische reacties in het dagelijks leven

Veel dingen die we elke dag gebruiken, zijn gemaakt met chemische reacties.

Bijvoorbeeld:
-    Van aardolie kun je plastic maken voor verpakkingen of speelgoed.
-    Van melk kun je kaas maken.
-    Van zand en kalk kun je glas maken.

Bij sommige chemische reacties komen giftige stoffen vrij.

Als die in de natuur terechtkomen, kan dat mensen, dieren en planten ziek maken. We noemen dat milieuvervuiling.

Chemische reacties zijn dus handig, maar we moeten er ook goed over nadenken.

 

☆ Verdiepingsles: Atomen

Moleculen zijn opgebouwd uit nog kleinere deeltjes. Die noemen we atomen.

Er zijn ongeveer honderd atomen. Van deze atomen kan je alle verschillende moleculen maken.

Alle atomen korten we af met een of twee letters. Zo is de letter O zuurstof, en de letter H waterstof.

Een voorbeeld van een molecuul is het waterstofmolecuul. Deze bestaat uit drie atomen:
2 keer H (waterstofatoom)
1 keer O (zuurstofatoom)

Omdat er 2 keer een H, en 1 keer een O in zit, noemen we dit H2O.

 

☆ Verdiepingsles: Atomen in chemische reactie

Moleculen zijn opgebouwd uit atomen. Soms kunnen deze moleculen veranderen.

Dat noemen we een chemische reactie.

Bij een chemische reactie gaan atomen van het ene molecuul naar een ander molecuul. Ze maken nieuwe moleculen.

Bij een reactie verdwijnen atomen niet en komen er ook niet zomaar bij.

Een voorbeeld is een reactie met H (waterstof) en O (zuurstof). Dat staat in de afbeelding hieronder.