Proef 1 - klassikale proef tuinkers

Tijdens deze klassikale proef gaan we tuinkers laten groeien. We willen weten of een tuinkers het best in het licht of in het donker groeit.

De tuinkers leggen we tijdens de les in twee verschillende bakjes met natte watjes. Het ene bakje leggen we in de zon, het andere bakje in het donker.

Volgende week gaan we kijken hoe de tuinkers is gegroeid. 

Vraag 1 tot en met 6 kan je beantwoorden in de eerste les, na het zaaien van de tuinkers.

Vraag 1. Wat is de onderzoeksvraag van deze proef?

Vraag 2. Wat is het enige verschil tussen de twee bakjes? 

Vraag 3. Schrijf deze tekst over en vul aan.
Het bakje in het donker krijgt geen __________. Daardoor groeit de tuinkers anders.

Vraag 4. Waarom is het belangrijk dat je evenveel water geeft aan beide bakjes?
A) Anders gaan ze te snel groeien
B) Dan is het een eerlijk onderzoek
C) Dan ruiken ze beter
D) Dan hoef je minder te meten

☆ Vraag 5. Heb je zelf al een idee wat er zal gaan gebeuren? Schrijf dit op in je schrift.

☆ Vraag 6. Schrijf in je schrift op wat de methode is van het onderzoek.

Vraag 7 tot en met 10 kan je een week na het zaaien van de tuinkers beantwoorden.

Vraag 7. Schrijf in je schrift het resultaat van de proef op. Beschrijf hiervoor het verschil tussen de tuinkers in het licht en de tuinkers in het donker.

Vraag 8. Schrijf in je schrift de conclusie van de proef op. Beantwoord hierbij de onderzoeksvraag, die je hebt opgeschreven bij vraag 1.

Vraag 9. Schrijf de hele proef netjes op in je schrift.
Doe dit in vier stappen, onder elkaar:
1.    Onderzoeksvraag: Wat wilde je onderzoeken?
2.    Methode: Hoe heb je het onderzoek gedaan?
3.    Resultaten: Wat heb je gemeten of gezien?
4.    Conclusie: Wat kun je uit je resultaten concluderen?
Zorg dat elke stap duidelijk onder elkaar staat.

☆ Vraag 10. Wat zou je kunnen concluderen als de tuinkers in het donker veel langer worden, maar lichtgeel van kleur zijn?

☆ Vraag 11. Een klas van een andere school heeft deze proef ook gedaan, maar hun tuinkers in het licht groeide juist minder goed.
Noem twee dingen die anders geweest kunnen zijn in hun methode of omstandigheden.