Dit is een samenvatting van de tweede paragraaf. Deze is behandeld in les 7 tot en met 11.
|
Stofeigenschappen Wetenschappers zijn al heel lang bezig met onderzoek over stoffen. Alles om je heen is gemaakt van stoffen. Denk aan metaal, plastic, glas, hout, textiel (stof van kleding), en nog veel meer. Elke stof heeft zijn eigen kenmerken. Die noem je stofeigenschappen. Hieronder staan een paar voorbeelden van stofeigenschappen. Sommige stofeigenschappen kun je zien of voelen, andere kun je testen met een proefje (zoals brandbaarheid of geleiding). |
|
Moleculen Alle stoffen zijn opgebouwd uit hele kleine bouwstenen. Die bouwstenen noemen we moleculen. Moleculen zijn veel te klein om te zien, maar ze zitten in alles: in water, lucht, steen, plastic en zelfs in jou! Je kunt een molecuul een beetje vergelijken met een LEGO-steentje: een stof is als een bouwwerk, moleculen zijn de steentjes waaruit dat bouwwerk is gemaakt. |
|
Zuivere stoffen en mengsels Als een stof alleen uit één soort moleculen bestaat, noem je dat een zuivere stof. Bestaat een stof uit meerdere soorten moleculen, dan noem je het een mengsel. |
|
Stoffen scheiden Je hebt geleerd dat mengsels bestaan uit meer dan één soort molecuul. Dat kun je doen met een scheidingsmethode. Er zijn heel veel verschillende scheidingsmethoden. Een voorbeeld is filtreren. Een ander voorbeeld is indampen. |
|
De drie fasen Je hebt geleerd dat moleculen de bouwstenen van stoffen zijn. Die moleculen bewegen – maar hoe ze bewegen, hangt af van de fase van de stof. We noemen die fasen: vast, vloeibaar en gas. We noemen dit ook wel toestanden.
Animaties van Julio Miguel A Enriquez and Monica Muñoz |
|||||||
|
De fase-overgangen Als je een stof verwarmt of afkoelt, kunnen de moleculen zich anders gaan gedragen. Soms verandert dan de fase van de stof. Zo’n verandering heet een fase-overgang. Hieronder staan de fase-overgangen beschreven.
|
|
☆ Verdiepingles: Smelt- en kookpunt Stoffen kunnen smelten, stollen, verdampen en condenseren. Maar wanneer gebeurt dat precies? Dat hangt af van de temperatuur én van de stof zelf. Elke stof verandert van fase bij een bepaalde temperatuur. Die temperatuur noem je: Het smeltpunt en kookpunt zijn stofeigenschappen. Je kunt ze gebruiken om stoffen te herkennen. Een paar voorbeelden van smelt- en kookpunten van stoffen staan in de tabel.
|