Doel: Ervaren hoe moeilijk het is om een mens van een computer (robot) te onderscheiden aan de hand van alleen taal.
1. Voorbereiding
Vorm groepjes van 3 leerlingen.
In elk groepje kiest één leerling de rol Tester, één leerling de rol Mens en één leerling de rol Robot.
Ieder groepje krijgt een aantal vragen of instructies van de leraar over de werkvorm.
De Robot krijgt (stiekem) een kort tekstblad met voorbeeldantwoorden of mag dit zelf met AI genereren. De Mens bedenkt zelf antwoorden.
2. Het gesprek
De Tester stelt om de beurt de vragen aan zowel Mens als Robot (in willekeurige volgorde)
Mens en Robot beantwoorden iedere vraag kort (max. één zin) en sturen hun antwoord op papier of via een chatbericht naar de Tester.
De Tester mag níet zien wie welk antwoord geeft.
3. Gissen en noteren
Na 5 vragen noteert de Tester per antwoord of hij denkt dat het van de Mens of de Robot komt.
Maak een simpel lijstje:
|
Vraag |
Antwoord |
Mens of Robot? |
|---|---|---|
|
“Wat is je lievelingskleur?” |
“Mijn lievelingskleur is blauw.” |
Robot |
|
… |
… |
… |
4. Wissel van rol
Herhaal de opdracht totdat alle leerlingen in elke rol (Tester, Mens, Robot) hebben gezeten.
5. Klassikale nabespreking
Hoe vaak raadde je goed?
Welke antwoorden maakten het moeilijkst om te kiezen?
Welke vragen zouden volgens jou betere aanwijzingen geven?
6. Reflectievragen
Waarom is het lastig om aan taal alleen te merken of iets door een mens of computer is bedacht?
Welke soort vragen zou je nog kunnen bedenken om een computer te ontmaskeren?
Met deze proef ervaar je zelf hoe een robot met taal kan “verstoppen” dat hij geen mens is, en leer je nadenken over de grenzen van AI en menselijke taal.