Doel: Op een speelse manier ervaren hoe informatie bij deep learning in lagen (layers) langs verschillende “neuronen” (jullie zelf!) gaat en soms verandert.
Voorbereiding
Zet de klas in groepjes van 4 leerlingen in een rij.
Elk groepje krijgt kaartjes met bijvoorbeeld een kat, een fiets, een boom en een vis. Leg de kaartjes gedekt vooraan bij leerling 1 in elke rij. Of kies een set kaarten uit het spel 30-seconds.
Spelverloop
Eerste laag (leerling 1):
Kijk stiekem naar het kaartje (zonder het te laten zien).
Fluister één woord dat de algemene categorie omschrijft naar leerling 2 (bijvoorbeeld “dier” of “voertuig”).
Tweede laag (leerling 2):
Hoor het woord en voeg één detail toe dat bij de vorm hoort. Fluister daarna naar leerling 3 bijvoorbeeld “vier poten” of “twee wielen”.
Derde laag (leerling 3):
Vul aan met nóg een kenmerk: fluister naar leerling 4 bijvoorbeeld “punt oren” of “frame”.
Vierde laag (leerling 4):
Pak een stuk papier en teken wat je hebt gehoord van leerling 3.
Vergelijken:
Leg de originele kaart en de tekening naast elkaar. Bespreek in je groepje:
Hoeveel leek de tekening op het plaatje?
Welke informatie ging verloren of veranderde onderweg?
Herhaal:
Wissel kaartjes en rollen (nu wordt leerling 2 de tekenaar, leerling 3 begin je met het kaartje, enz.). Doe in totaal vier rondes met alle plaatjes.
Nabespreking en reflectie
Wat gebeurde er met de informatie? Deep learning gebruikt net als wij deze lagen om stap voor stap patronen te herkennen, maar soms “verliest” een laag iets van de oorspronkelijke details.
Waarom twee of meer lagen? Hoe meer lagen (mensen), hoe meer slimme bewerkingen, maar óók hoe groter de kans dat een detail verandert.
Vraag aan de klas: Als een AI-netwerk maar één laag had, zou het dan net zo goed katten kunnen herkennen? Waarom wel of niet?
Met dit spel ontdek je hoe deep learning‐netwerken met tientallen lagen informatie verwerken én waarom het soms niet precies blijft wat je in je hoofd had.
Doel: Je leert een programmeerbare robot opdrachten geven en ziet wat je eigen code kan laten doen.
1. Bedenk een opdracht
Denk na wat je robot straks moet doen. Kies iets simpels, bijvoorbeeld:
Een route afleggen zonder tegen obstakels te botsen
Een figuur tekenen op de grond (als je robot een stift kan vasthouden)
Een lichtje knipperen of een geluidje maken in een patroon
Een “dansje” uitvoeren met bewegingen voor-, achter- en zijwaarts
Schrijf in je schrift kort op wat jouw robot gaat doen.
2. Ontwerp je programma
Open de robot-programmeersoftware of programmeer (bijvoorbeeld Scratch, Blockly of de bijgeleverde app) of ga bij een eenvoudig te programmeren robot zoals een Bee-Bot direct naar stap 3.
Bekijk welke blokken of commando’s je kunt gebruiken (voor beweging, sensoren, geluid, licht).
Leg de blokken in de volgorde die past bij jouw opdracht.
Geef elk blok een duidelijke naam of commentaar, zodat je later weet wat het doet.
3. Test je robot
Programmeer je robot.
Kijk wat er gebeurt: doet de robot wat je bedacht had?
Zo niet, stop de robot, bekijk je code en pas het aan (bijvoorbeeld door de draaisnelheid te veranderen of extra wachttijd in te bouwen).
Herhaal testen en aanpassen totdat je tevreden bent.
4. Reflectie en delen
Schrijf in 2–3 zinnen op wat goed ging en waar je tegenaan liep.
Wissel je ervaring uit met een klasgenoot: leg uit hoe jouw robotprogramma werkt.
Bekijk elkaars robots en stel vragen: “Hoe heb jij dat knipperende lichtje geregeld?” of “Welke sensor gebruikte je om niet te botsen?”
Tip: Werk in tweetallen zodat je elkaar kunt helpen met ideeën en testen. Veel plezier met programmeren!
Bekijk ook deze aflevering van De Dikke Data show over AI. Het gaat over robots en wat wel kan en niet. De video is opgenomen in 2022, dus de ontwikkelingen zijn wel door gegaan. Hoe kunnen we goed samenwerken met AI en wat voor gevaren zijn er?
Doel: Nadenken over de samenwerking met robots.
Bekijk deze aflevering van De Dikke Data show over AI. Het gaat over robots en wat wel kan en niet. De video is opgenomen in 2022, dus de ontwikkelingen zijn wel door gegaan. Hoe kunnen we goed samenwerken met AI en wat voor gevaren zijn er?
Klassenvragen:
Wat zie je vaak op TikTok of Netflix dat volgens jou door AI is gekozen?
Denk aan video’s die je voorgeschoteld krijgt. Vind je dat fijn, of wil je zelf meer kiezen?
Bijvoorbeeld: “Ik krijg steeds filmpjes over spelletjes voorgesteld, maar ik wil soms iets anders.”
Siri is ook een soort AI. Wat vind je van praten tegen Siri of een slimme robot?
Wat is leuk aan Siri? Wat vind je misschien raar of minder handig?
Bijvoorbeeld: “Siri helpt snel met een rekensom, maar heeft soms ook rare antwoorden.”
Denk je dat een computer slimmer kan worden dan mensen? Waarom wel of niet?
Kun je voorbeelden bedenken waarbij AI nu slimmer lijkt dan mensen (zoals snel puzzels oplossen)? Maar wat denken mensen dat AI niet zo goed kan?
Bijvoorbeeld: “AI kan heel snel gezichten herkennen, maar kan niet goed lachen of een grap begrijpen.”