Opdracht

Opdracht

1. Bekijk beide video's

 

  1. Bespreken wat je zag

    • Bedenk: welke opdrachten gaven de kinderen in het pindakaas-filmpje?

    • Welke opdrachten hoorde je bij Robot Olaf?

    • Wat zie je dat er gebeurt en wat moet je dus doen bij prompten?

    Prompten in tweetallen

    • Vorm duo’s. Wie de prompter is, schrijft drie korte opdrachten op een kaartje, geïnspireerd op de video’s, de opdrachten moeten in de klas uitgevoerd kunnen worden met dingen die daar zijn.

    • De uitvoerder voert elke opdracht exact uit zonder te vragen.

    • Wissel na twee opdrachten van rol.

  2. Reflectie en verbeteren

    • Bespreek per prompt:

      • Was de opdracht direct duidelijk? Ging het goed of ging het mis?

      • Moest de uitvoerder soms vragen om uitleg?

      • Hoe kun je de opdracht nog korter of duidelijker maken?

      • Moest een prompt opnieuw om het resultaat goed te krijgen?

  3. Klasdelers

    • Bespreek in de klas welke prompts goed gingen en welke niet, wat ging er mis?

    • Is het moeilijk om heel exact te prompten wat je wil?