Maak de volgende opgaven in je schrift.
▲ Vraag 46. Wat bepaalt hoeveel de aarde zal opwarmen?
A) Hoeveel regen er valt
B) Hoeveel CO₂ er wordt uitgestoten
C) Hoe vaak de zon schijnt
D) Hoeveel bossen er zijn
▲ Vraag 47. Wat hebben veel landen met elkaar afgesproken?
▲ Vraag 48. Wat is het doel van de internationale afspraken over CO₂-uitstoot?
A) De opwarming stoppen
B) Alle fossiele brandstoffen verbieden
C) Meer elektriciteit opwekken
D) De opwarming minder dan 1,5 °C laten worden
▲ Vraag 49. Waarom houden sommige landen zich niet aan de afspraken?
A) Het is te koud
B) Het kost veel geld en lukt alleen als bijna iedereen meedoet
C) Ze hebben geen CO₂-uitstoot
D) Ze willen liever meer opwarming
Vraag 50. Leg uit waarom het belangrijk is dat bijna alle landen meedoen aan het verminderen van CO₂-uitstoot.
Vraag 51. Bedenk een maatregel die landen zouden kunnen nemen om minder CO₂ uit te stoten, en leg uit waarom die zou helpen.
☆ Vraag 52. Er zijn landen die veel geld verdienen aan fossiele brandstoffen, zoals olie en gas. Leg uit waarom zij minder snel meedoen aan de afspraken.
☆ Vraag 53. Stel: landen doen niets aan hun CO₂-uitstoot. Wat zou dat kunnen betekenen voor de temperatuur op aarde in de toekomst?
☆ Vraag 54. Waarom is het voor rijke landen vaak makkelijker om CO₂ te verminderen dan voor armere landen?