Maak de volgende opgaven in je schrift.
▲ Vraag 11. Waardoor ontstaat een volledige of een onvolledige verbranding?
▲ Vraag 12. Schrijf elk van de onderstaande stoffen over in je schrift, en schrijf erachter of het vrijkomt bij volledige of onvolledige verbranding.
1. Koolstofmonoxide (CO)
2. Koolstofdioxide (CO2)
3. Water (H2O)
4. Roet
▲ Vraag 13. Welke van de stoffen van vraag 12 is giftig?
▲ Vraag 14. Hoe ziet de vlam eruit bij volledige verbranding?
Vraag 15. Kan je koolstofmonoxide wel of niet ruiken?
Vraag 16. Waarom kan een verbranding zonder voldoende zuurstof gevaarlijk zijn?
Vraag 17. Bij een houtkachel ontstaat veel roet. Wat kan er misgegaan zijn in de verbranding?
Vraag 18. Waarom heb je een koolstofmonoxidemelder nodig om koolstofmonoxide te detecteren?
☆ Vraag 19. Tijdens het gebruik van een gasfornuis in een slecht geventileerde keuken wordt de vlam van het gasfornuis soms oranje. Leg uit wat dit zegt over de verbranding en welke stoffen er dan ontstaan.
☆ Vraag 20. Bij het bouwen van huizen worden vaak koolstofmonoxidemelders ophangen. Deze kunnen koolstofmonoxide meten, en geven een alarm wanneer de hoeveelheid koolstofmonoxide te hoog is. Waarom worden deze vaak in de keuken of bij de CV-ketel opgehangen?