Oefenen

Maak de volgende opgaven in je schrift.

▲ Vraag 10. In welke twee fasen kan warmtetransport door stroming plaatsvinden? Kies uit gas, vloeistof en vast.

▲ Vraag 11. Noem een voorbeeld van stroming in de natuur.

Vraag 12. Hoe werkt het warmtetransport door stroming in de centrale verwarming?

☆ Vraag 13. In slecht geïsoleerde huizen ontstaan soms tocht. Tocht is luchtstroming door huizen heen.
Hoe zorgt tocht ervoor dat een huis afkoelt?

☆ Vraag 14. Een huis heeft vloerverwarming.
Leg uit hoe stroming ervoor zorgt dat het hele huis warm wordt.

▲ Vraag 15. Noem een voorbeeld van warmtetransport door straling.

▲ Vraag 16. Door welke vorm van warmtetransport voel je de warmte van de zon?

Vraag 17. Waarom wordt een zwart T-shirt sneller warm in de zon dan een wit T-shirt?

☆ Vraag 18. Wanneer mensen het na een ongeluk koud kunnen krijgen, wordt er wel eens een reflecterende deken over hen heen gelegd. Hieronder zie je een voorbeeld van zo’n deken.
Waarom zouden ze zo’n deken gebruiken?


Een reflecterende deken

☆ Vraag 19. In warme landen zie je veel witte auto’s, terwijl je in landen zoals Nederland meer donkere auto’s ziet.
Waarom kiezen mensen in warme landen vaak voor witte in plaats van donkere auto’s?

Vraag 20. Schrijf achter ieder voorbeeld van warmtetransport de juiste vorm van warmtetransport. Kies uit geleiding, stroming en straling.
1. De zon verwarmt je gezicht
2. Warme lucht stijgt op in huis
3. Een metalen lepel wordt heet