In je tekst verwijs je consequent naar de bron die je hebt gebruikt. Hiermee zorg je ervoor dat het duidelijk is wanneer je gebruik hebt gemaakt van externe bronnen en welke dit zijn. Verwijzen in je tekst kan op twee manieren: door te citeren of door te parafraseren.
Citeren is het letterlijk overnemen van iemands woorden. Je doet dit alleen wanneer de letterlijke tekst essentieel is voor de onderbouwing van je betoog. Bij een citaat benoem je het volgende in de tekst:
Voorbeeld van citaat:
... "informatievaardigheden beginnen bij de erkenning van een informatiebehoefte" (Nijzink, 2014, p.43).
Parafraseren is andermans tekst in eigen woorden weergeven. Verander niet alleen een paar woorden, maar zorg ervoor dat je de boodschap die je wilt over brengen geheel in eigen woorden formuleert. Parafraseren heeft de voorkeur boven citeren, omdat je je eigen mening in de tekst verweeft. Je maakt er een eigen verhaal van. Bij een parafrase benoemd je het volgende in de tekst:
Voorbeeld van parafrase:
Bij informatievaardigheden is de eerste stap om je informatiebehoefte te achterhalen en te erkennen dat je niet voldoende informatie hebt (Niezink, 2017).
Parafraseren heeft dus meestal de voorkeur boven citeren. Er zijn twee manieren om te parafraseren. Je kan een bron introduceren in je lopende tekst of je kan afsluiten met de verwijzing.
Hier twee voorbeelden van parafrasen voor dezelfde tekst: