Bij dit onderdeel kun je oefenen met het omrekenen van eenheden.
Dat zijn vragen, zoals:
7 kg = ..... g.
of:
Voor het bakken van een taart heb je 250 g bloem nodig.
Voor het bakken van 5 dezelfde taarten heb je ... kg bloem nodig.
Gebruik daarbij deze omrekenschema's:




Een uitleg over het gebruik van omrekenschema's vind je in deze video:
Klik op de pijl naar rechts om te starten met de eerste oefenreeks.
Voor de docent is er een PowerPoint voor uitleg in de les: