Oefenen 1 - Eenheden omrekenen

Bij dit onderdeel kun je oefenen met het omrekenen van eenheden.

 

Dat zijn vragen, zoals:

7 kg = ..... g.

of:

Voor het bakken van een taart heb je 250 g bloem nodig.

Voor het bakken van 5 dezelfde taarten heb je ... kg bloem nodig.

 

Gebruik daarbij deze omrekenschema's:

 

 

 

Een uitleg over het gebruik van omrekenschema's vind je in deze video:

Klik op de pijl naar rechts om te starten met de eerste oefenreeks.

Voor de docent is er een PowerPoint voor uitleg in de les:

 

PowerPoint 1F Eenheden omrekenen