De begeleiders tijdens de stage zijn werkbegeleiders en/of een praktijkopleider en een instellingsdocent.
Op sommige stageplaatsen is de werkbegeleider en praktijkopleider dezelfde persoon. Elke praktijkinstelling biedt begeleiding op hbo-niveau, ongeacht in welke stagesetting de student zich bevindt. Een uitzondering daarop vormt het tweede leerjaar waarin een student door een mbo-verpleegkundige begeleid kan worden, conform het stagebeleid.
De werkbegeleider vervult een voorbeeldrol en coacht de student bij het dagelijkse leren in de praktijk. Ook attendeert de werkbegeleider de student op de mogelijkheden bij het vertalen van praktijkvraagstukken naar de desbetreffende stageplaats, het plannen van leeractiviteiten en stimuleert de student bij de uitvoering. De werkbegeleider biedt ruimte tot reflectie op leerwerksituaties en geeft zowel gevraagd als ongevraagd feedback en feedforward. De rol van de werkbegeleider kan per stageverlenende instelling net iets anders vormgegeven zijn dan hier beschreven is.
De praktijkopleider is de intermediair tussen de student en de werkbegeleider. De praktijkopleider onderhoudt contact met de student en werkbegeleider over het leerproces van de student en neemt waar nodig contact op met de instellingsdocent. De praktijkopleider faciliteert de werkbegeleider zodat deze de student adequaat kan begeleiden. De praktijkopleider bewaakt het leerklimaat op de afdeling en coacht werkbegeleiders en andere medewerkers.
De praktijkopleider is ook betrokken bij de beoordeling van de student. De rol van de praktijkopleider kan per stageverlenende instelling net iets anders vormgegeven zijn dan hier beschreven is.

De instellingsdocent is de docent van de hogeschool die betrokken is bij de stage. De student komt pas vanaf leerjaar 2 in aanraking met deze rol van de docent als het leren in de praktijk van start gaat. De rol van instellingsdocent bevindt zich op twee vlakken:
Enerzijds is de instellingsdocent de contactpersoon tussen opleiding en stageverlenende instelling. De instellingsdocent zorgt voor relatiebeheer en communicatie met de begeleiding van de instelling, en signaleert ontwikkelingen binnen de instelling en de beroepspraktijk. De instellingsdocent zal de kwaliteit van het leerklimaat van de betreffende afdelingen/teams binnen de instelling bewaken en toetsen. De instellingsdocent is de ambassadeur van de opleiding en draagt de visie van de opleiding uit naar de stageverlenende instelling.
Anderzijds monitort de instellingsdocent de competentie-ontwikkeling van de student tijdens de stage. De instellingsdocent coacht op het leerproces vanuit de principes van didactisch coachen, verbindend communiceren en formatief handelen.
Gedurende de stage is er door het e-portfolio nauwe samenwerking tussen de praktijkopleider, instellingsdocent en SLC'er in de monitoring van de competentie-ontwikkeling van de student. Zo nodig neemt de instellingsdocent contact op met de praktijkopleider/werkbegeleider en SLC'er over de competentie-ontwikkeling van de student.
Aan het einde van de stage heeft de instellingsdocent de beoordelende rol samen met de praktijkopleider/werkbegeleider. De instellingsdocent is eindverantwoordelijk voor de beoordeling van de stage.
De instellingsdocent krijgt voor deze taken in totaal 7 uur per student per semester toegewezen.