Aan het einde van de stage vindt het beoordelingsmoment (fysiek) plaats met de student, praktijkopleider en instellingsdocent. Voor dit gesprek levert de student het e-portfolio aan met hierin een uitwerking van alle praktijkvraagstukken en de waarderingen en feedback van de meet- en evaluatiemomenten. Het beoordelingsgesprek kan alleen plaatsvinden indien een week voorafgaand aan het beoordelingsmoment het portfolio compleet is. Dit betekent dat in ieder geval alle vaste opdrachten behorend bij de praktijkvraagstukken ge-upload moeten zijn en voorzien van feedback.
Beoordelingsmoment
Doel: Vaststellen van het niveau van de competentiebeheersing aan de hand van de CanMEDS-rollen en succescriteria.
Duur: 45 minuten
Aanwezigen: de student, de instellingsdocent en de praktijkopleider.
Gespreksstructuur:
Situatie: Wat was de situatie?
Taak: Wat was je opdracht?
Acties: Wat heb je precies gedaan of gezegd?
Resultaat: Wat was het effect van jouw gedrag?
Reflectie: Wat heb je ervan geleerd?
Transfer: Wat neem je mee naar een volgende situatie?
De vragen uit de STARRT- methodiek kunnen in willekeurige volgorde, maar ook los van elkaar of in iets andere vorm worden gesteld. Indien gewenst kan er worden doorgevraagd naar het ‘hoe’ of ‘waarom’.
Bij de beoordeling wordt gebruikgemaakt van een rubric die ingevuld wordt voor alle CanMEDS-rollen. De beoordeling wordt gedaan op basis van het e-portfolio, de presentatie, het CGI en de eerder uitgesproken waarderingen uit de meet- en evaluatiemomenten. Deze waarderingen geven inzicht in de beheersing van de CanMEDS-rollen en dienen als input voor de beoordeling. Het eindcijfer wordt bepaald aan de hand van tabel 1. Met een positief resultaat van het beoordelingsmoment spreken de praktijkopleider en de instellingsdocent uit dat ze voldoende vertrouwen hebben dat de student zich kan ontwikkelen naar een volgend niveau.
|
Alle 7 beroepsrollen boven niveau |
10 |
|
5-6 beroepsrollen boven niveau, overige beroepsrollen op niveau |
9 |
|
3-4 beroepsrollen boven niveau, overige beroepsrollen op niveau |
8 |
|
1-2 beroepsrol boven niveau, overige beroepsrollen op niveau |
7 |
|
Alle beroepsrollen op niveau |
6 |
|
1 of meer beroepsrollen onder niveau |
5 |
|
Bij 2 of meer beroepsrollen onder niveau |
4 |