Digitale informatievaardigheden

1. Ik kan mijn digitale bronnen verzamelen in een overzicht en kan ze daar terugvinden.

1.1 Ik kan een lijst opstellen met gebruikte (digitale) bronnen.

1.2 Ik kan de lijst met gebruikte (digitale) bronnen op een handige plaats bewaren, bijvoorbeeld via de website www.symbaloo.com .

1.3 Ik kan informatie uit verschillende bronnen met elkaar vergelijken.

2. Ik kan beoordelen of digitale informatie betrouwbaar en bruikbaar is voor het beantwoorden van mijn onderzoeksvraag.

2.1 Ik weet of mijn gevonden informatie betrouwbaar en bruikbaar is en weet dat er hulpmiddelen zijn om dit te toetsen.

2.2 Ik weet of mijn gevonden informatie het juiste niveau heeft, passend bij het onderwerp, leeftijd of doelgroep.

2.3 Ik kan op een snelle manier bronnen doorzoeken, bijvoorbeeld door de inhoudsopgave of de kopjes van een stuk tekst te lezen, om zo te zien of de informatie over mijn onderzoeksvraag gaat.

3. Ik kan digitale informatie gebruiken om mijn onderzoeksvraag te beantwoorden.

3.1 Ik kan de gevonden informatie in eigen woorden verwerken tot een antwoord op de onderzoeksvraag.

3.2 Ik kan de gevonden informatie op een logische manier ordenen.

4. Ik kan doelgericht, verantwoord en kritisch omgaan met artificiële intelligentie als bron.

4.1 Ik weet dat AI teksten, afbeeldingen, muziek en video's kan maken door een opdracht (prompt) van een mens.

4.2 Ik kan samen met de leerkracht een prompt bedenken om bijvoorbeeld een verhaal te laten schrijven door kunstmatige intelligentie.

4.3 Ik weet dat AI ook foute informatie kan geven en hoe ik hiermee om kan gaan

5. Ik kan mijn antwoord op mijn onderzoeksvraag presenteren.

5.1 Ik kan het antwoord presenteren in een passende presentatievorm, bijvoorbeeld een tekening, presentatie of mindmap.

5.2 Ik kan het antwoord presenteren, afgestemd op het niveau, de interesse en verwachtingen van de doelgroep.