Stap 4

Bij een tekort aan koolhydraten schakelt het lichaam deels over op vetverbranding, maar dat gaat langzamer en vereist meer zuurstof.

Net zoals een auto brandstof nodig heeft om te rijden, heeft je lichaam ook energie nodig om activiteiten te kunnen doen. In je lichaam zijn er twee belangrijke brandstoffen die je gebruikt om energie te krijgen: koolhydraten en vetten. Welke brandstof wordt gebruikt, hangt af van de intensiteit van de activiteit en de beschikbaarheid van zuurstof.

 

  1. Koolhydraten: Haal je uit voeding zoals fruit, brood en pasta. Bij een hoge intensiteit, bijvoorbeeld wanneer je hard fietst of rent en je hartslag omhoog gaat, is er minder zuurstof beschikbaar. Het lichaam gebruikt dan vooral koolhydraten om energie te leveren.

  2. Vetten: Haal je uit voeding zoals noten, olie en boter. Bij een lage tot matige intensiteit zoals wandelen of rustig fietsen, gebruikt je lichaam vooral vetten. Er is dan voldoende zuurstof aanwezig, waardoor je lichaam deze brandstof kan verbranden om energie te leveren. Gaat de intensiteit omhoog, dan wordt het aandeel vetten steeds lager. 

 

Voor de omzetting van brandstoffen naar energie is zuurstof nodig. Als er weinig zuurstof beschikbaar is (denk bv aan een situatie waarin je hard moet fietsen, je een hoge hartslag hebt en kortademig bent) dan gebruikt het lichaam vooral koolhydraten en weinig vetten om een sportactiviteit op een hoge intensiteit vol te houden.

 

Wat denk je dat er zal gebeuren als het lichaam niet voldoende koolhydraten ter beschikking heeft?