Hoe beantwoord je een vraag?

Stappenplan: vragen beantwoorden op het centraal examen Nederlands

Op het centraal examen Nederlands komen verschillende soorten vragen voor. Door jezelf een stappenplan aan te leren, zorg je ervoor dat je de vragen volledig beantwoordt en niks over het hoofd ziet. Hieronder staan stappenplannen voor de meest voorkomende vragen.

 

Open vragen

  1. Lees de vraag nauwkeurig en onderstreep de kernbegrippen.
  2. Ontdek de vraagstructuur en zet dit om naar een antwoordstructuur waarin je ook de vraag herhaalt.
  3. Je kunt nu het begin van je antwoord vaak al opschrijven.
  4. Zoek het tekstgedeelte op waar de vraag over gaat. Lees dit grondig door.
  5. Bedenk het antwoord op de vraag. Blijf zo dicht mogelijk bij de tekst.
  6. Noteer je antwoord. Gebruik hierbij de antwoordstructuur die je had bedacht.
  7. Controleer of je de vraag hebt beantwoord én of je antwoord ook daadwerkelijk in de tekst te vinden is.

 

Een voorbeeld

(1p) Leg uit wat er in de tekst met ‘sekse-stereotypering’ bedoeld wordt.

(2p) Noem twee redenen uit de alinea’s 9 en 10 waarom we vernieuwingen toch mooier gaan vinden.

NB Het herhalen van de vraag kost je geen woorden. Pas na de herhaling begin je dus met woorden tellen.

 

Meerkeuzevragen

  1. Dek de antwoordmogelijkheden af.
  2. Lees de vraag nauwkeurig en onderstreep de kernbegrippen.
  3. Zoek het tekstgedeelte op waar de vraag over gaat. Lees dit grondig door.
  4. Bedenk zelf het antwoord op de vraag.
  5. Bekijk de antwoordmogelijkheden en kies het antwoord dat het beste past bij wat jij hebt bedacht.
  6. Lees de vraag nog een keer en controleer of je de vraag hebt beantwoord én of het antwoord ook daadwerkelijk in de tekst te vinden is.
  7. Bedenk eventueel waarom de andere antwoorden fout zijn.