Citeren en in eigen woorden

Citeren
Bij een citeervraag moet het antwoord letterlijk uit de tekst komen. Je zoekt het antwoord in de tekst en citeert de (deel)zin(nen) door de eerste en laatste drie woorden op je antwoordblad op te schrijven. Gebruik daarbij aanhalingstekens en noteer de regelnummers er tussen haakjes achter.
Voorbeeld: "Daar moeten ze … gebruik van maken." (r. 138-141)
Controleer altijd of jouw citaat antwoord geeft op de vraag.

Soms moet je een woord of woordgroep citeren. Je zet dan het woord of de woordgroep tussen aanhalingstekens en je zet het regelnummer erachter. 

"paarse olifant" (r. 34)

In eigen woorden

Als ervan je wordt gevraagd om iets in eigen woorden op te schrijven, dan mag je het beslist niet citeren. Je schrijft het in je eigen woorden, door de informatie uit de tekst samen te vatten en een beetje aan te passen. Belangrijke woorden mag je natuurlijk wel overnemen, maar hele zinnen niet. 

Vaak moet je je ook aan een maximaal aantal woorden houden. Het is dan handig om je antwoord eerst in het klad op te schrijven en je woorden te tellen. Alles wat je als te veel woorden opschrijft, wordt niet nagekeken.