
Deze casus laat zien hoe de geo-tools van EduGIS kunnen helpen bij het identificeren van kwetsbare panden langs een spoortraject.
U gaat onderzoeken of er scholen gevaarlijk dicht bij het spoor zijn gebouwd.
Het gebied dat u onderzoekt, mag u zelf kiezen. Bijvoorbeeld uw eigen woonomgeving, uw werkgebied of Utrecht.
Stap 1: Legenda aanpassen
► Klik op de kaartlagenknop en open de kaartlaag «Alle scholen». Elke stip is een school.
► Selecteer de kaartlaag «Spoorwegen»
De spoorbaan is niet goed zichtbaar, dus past u zelf de dikte en kleur aan.
► Klik op de legendaklasse «spoor» en breng de gewenste aanpassingen aan. U ziet het effect direct op de kaart.

Stap 2: Bufferen
► Klik op de gereedschapskist-knop en kies de functie «Bufferen»
.
Met deze tool kunt u aan weerszijden van het spoor het gebied aangeven dat gevaar loopt.
► Noteer bij "Uitvoer kaartlaag:" de naam «Spoorbaan buffer»
► Stel de bufferafstand in op 250 meter en klik op «Berekenen».
Stap 3: Snijden
U gaat nu de scholen die in onveilig gebied liggen een opvallende kleur geven.
► Klik in de gereedschapskist op de functie «Snijden».
U wilt weten: Welke scholen vallen er binnen de buffer?
Vul in die volgorde de lagen in:
Kaartlaag 1: «Alle scholen»
Kaartlaag 2: «Spoorbaan buffer»
Uitvoer: «Alleen elementen met overlap».
► Geef de uitvoerlaag een naam en klik op «Berekenen».
De rode stippen tonen nu de scholen die in de gevarenzone liggen.
Stap 4: Tekenen en opslaan
U krijgt de opdracht om een veilige locatie te vinden voor een nieuw schoolpand.
U bent goed in uw werk en na een aantal kaartbewerkingen kunt u drie locaties aanwijzen. Deze locaties wilt u graag delen met de betrokken partijen.
De tekenfunctie van de Atlas Veiligheid werkt intuïtief en levert een duidelijk resultaat. Als u er nog niet bekend mee bent, kunt u via deze link even oefenen met het zetten van punten.
Bij EduGIS vereist het tekenen van punten enkele extra stappen. Deze zijn nodig om van de punten een bewerkbare kaartlaag te maken, die vervolgens opgeslagen en gedeeld kan worden.
Gebruik de functie «Kaartlaag tekenen» om de locaties vast te leggen.
► Klik op de knop
«Kaartlaag tekenen».
► Kies voor een puntenlaag.
► Geef de puntenlaag een naam, bijvoorbeeld «Veilige locaties».
► Zet punten op de gewenste plekken. Voor elk nieuw punt klikt u op
.
► Klik op links in beeld op
of rechtsboven op
om het tekenen te stoppen.
► Pas de opmaak (kleur, straal, randdikte, randkleur) van de puntenlaag naar wens aan in het menu rechtsboven.
Om het resultaat te delen met anderen:
► Kies in het legendamenu voor
«Laag bewaren» of
«Lagenset bewaren».
Hiermee slaat u één laagbestand op (.json) of alle geopende kaartlagen (.zip).
► U kunt opgeslagen kaartlagen weergeven door het bestand uit de opslaglocatie te slepen en het los te laten op de kaart.
Afrondende vraag bij casus B:
Welke geo-tools uit deze workshop vindt u waardevol om, eventueel in aangepaste vorm, in de Atlas Veiligheid te ontwikkelen en te implementeren?
Houd er rekening mee dat het ontwikkelen en implementeren van functies tijd kan kosten.
Kunt u toelichten waarom deze functies volgens u een plek in de Atlas Veiligheid zouden moeten krijgen?
Klik op deze link om de vraag te beantwoorden of gebruik een eerder geopend antwoordvenster.
Een uitgebreidere uitleg over de tekenfunctie vindt u hier.