Vragen maken

De analyse van het maatschappelijk probleem doe je aan de hand van de onderstaande 11 vragen. Geef antwoord vanuit de definities zoals je die bij maatschappijleer leert. Wanneer je twijfelt over een woord of term zoek je deze in je methode op (of vraag het aan de coach maatschappijleer).

 

 

  1. Wat is precies het probleem? Hier beschrijf je uitgebreid (stap voor stap) wat er is gebeurd en wat het probleem is.

  2. Wat zijn de oorzaken van het probleem? Hoe komt het dat dit probleem is ontstaan?

  3. Leg uit hoe voordoordelen, stereotypen en discriminatie een rol hebben gespeeld bij het ontstaan van dit probleem. Gebruik de definities van de begrippen om dit toe te lichten.

  4. Wie of welke groepen zijn er bij het probleem betrokken? Denk hier in groepen mensen en organisaties.

  5. Welke waarden hebben de betrokken partijen? Tip: gebruik de waardenlijst.

  6. Schrijf bij iedere waarde een norm die de betrokken partijen hebben. Tip: koppel gedrag aan de eerder genoemde waarden.

  7. Welke waarden en normen botsen met elkaar? De verschillende groepen hebben vaak botsende normen en waarden. Beschrijf deze botsende normen en waarden.

  8. Welke belangen hebben deze groepen? Schrijf hier voor alle groepen op welk belang zij hebben in de toeslagenaffaire.

  9. Welke belangentegenstelling(en) hebben deze groepen? Welke belangen van de verschillende groepen botsen met elkaar?

  10. Wat doet de overheid (regering) nu al aan dit probleem? Beschrijf het beleid van de regering dat er is gekomen om dit probleem op te lossen.

  11. Wat kan de overheid (regering) nog meer aan dit probleem doen? Bedenk wat jij vindt dat de overheid nog meer kan doen.