|
- Wat is precies het probleem? Hier beschrijf je uitgebreid (stap voor stap) wat er is gebeurd en wat het probleem is.
- Wat zijn de oorzaken van het probleem? Hoe komt het dat dit probleem is ontstaan?
- Leg uit hoe voordoordelen, stereotypen en discriminatie een rol hebben gespeeld bij het ontstaan van dit probleem. Gebruik de definities van de begrippen om dit toe te lichten.
- Wie of welke groepen zijn er bij het probleem betrokken? Denk hier in groepen mensen en organisaties.
- Welke waarden hebben de betrokken partijen? Tip: gebruik de waardenlijst.
- Schrijf bij iedere waarde een norm die de betrokken partijen hebben. Tip: koppel gedrag aan de eerder genoemde waarden.
- Welke waarden en normen botsen met elkaar? De verschillende groepen hebben vaak botsende normen en waarden. Beschrijf deze botsende normen en waarden.
- Welke belangen hebben deze groepen? Schrijf hier voor alle groepen op welk belang zij hebben in de toeslagenaffaire.
- Welke belangentegenstelling(en) hebben deze groepen? Welke belangen van de verschillende groepen botsen met elkaar?
- Wat doet de overheid (regering) nu al aan dit probleem? Beschrijf het beleid van de regering dat er is gekomen om dit probleem op te lossen.
- Wat kan de overheid (regering) nog meer aan dit probleem doen? Bedenk wat jij vindt dat de overheid nog meer kan doen.
|