Gericht op eerstejaarsstudenten die voor het eerst zelfstandig op zoek gaan naar wetenschappelijke literatuur in de sociale wetenschappen en deze literatuur gaan gebruiken in een werkstuk.
De module duurt circa 60 minuten.
In vijf duidelijke stappen worden studenten meegenomen in het proces van literatuuronderzoek.
Stap 1 – Oriëntatie op het onderwerp
Onderwerpkeuze: hoe vind je een geschikt onderwerp voor een wetenschappelijk werkstuk.
Mindmapping: visuele techniek om ideeën en verbanden in kaart te brengen.
Onderzoeksvraag formuleren: omzetten van interesse in een concrete vraag.
Voorbeelden van slechte onderzoeksvragen: om te leren waar het fout kan gaan.
Stap 2 – Zoekstrategie formuleren
Trefwoorden versus natural language (spreektaal): verschillende benaderingen voor het vinden van literatuur.
Synoniemen en gerelateerde termen: alle relevante publicaties vinden met één zoekopdracht.
Opstellen zoekopdracht: technieken voor gericht en effectief zoeken.
Stap 3 – Waar te zoeken?
Google Scholar: algeme en gratis zoekmachine voor wetenschappelijke literatuur.
LibSearch: zoeksysteem van de universiteitsbibliotheek, aanbevolen voor het vinden van ebooks.
Scopus: multidisciplinaire literatuur database voor peer reviewed wetenschappelijke artikelen.
IBSS: International Bibliography of the Social Sciences, specifiek voor sociale wetenschappen.
AI-tools: voor- en nadelen van het gebruik van AI tools om literatuur te vinden.
Stap 4 – Evaluatie van zoekresultaten
Beoordelen zoekresultaten: hoe bepaal je welk zoekresultaat relevant is.
Strategie bij te veel resultaten: meer focus aanbrengen.
Oplossing bij te weinig resultaten: breder zoeken, zoekopdracht minder specifiek maken.
Additionele literatuur vinden: via referenties en citaties in de relevante artikelen die je hebt gevonden.
Stap 5 – Literatuur gebruiken in je werk
Parafraseren en samenvatten: in eigen woorden weergeven van bronnen.
Citeren: wanneer en hoe gebruik je citaten.
Output van AI-tools: hoe ga je om met AI gegenereerde teksten.
Plagiaat: voorkom beschuldingen van plagiaat door goede bronvermelding.
Refereren in tekst & literatuurlijst: in je werkstuk duidelijk maken waar je welke bron hebt gebruikt.
Secundaire bronnen: hoe verwijs je naar een secundaire bron in je werkstuk.
Vermelding van AI-gebruik: wees altijd transparantie bij gebruik van AI.
Referentiestijlen en referentiemanagers: iedere citatiestijl heeft eigen regels voor hoe je in de tekst en literatuurlijst verwijst naar de literatuur die je hebt gebruikt in je werkstuk.