7. Aan de slag!

Als je werkt in een duo of groepje, werk dan op twee computers. De één heeft de opdracht en het verslag voor zich, de ander de kaart.

TIP 1:
Bewaar je werk regelmatig. Er bestaat geen 'automatisch opslaan', dus je moet het na elke grote bewerking zelf doen. Klik dus geregeld op "Lagen-set bewaren". De webbrowser(-pagina) sluiten, verversen én de knop 'terug' zal niet-bewaarde aanpassingen verwijderen.

TIP 2:
Maak gebruik van de magneetfunctie: Er mogen geen 'gaten' in je kaart zitten, elke vierkante meter heeft een functie. De magneetfunctie zorgt ervoor dat je bij het tekenen -precies- aansluit op andere elementen uit de kaart.
Gebruik de ALT-knop tijdens het tekenen als je juist de magneetfunctie even niet wilt gebruiken.

1. Extra stroomgeul
► Maak een ❐ Vlakkenlaag met de naam: IJssel 2120-x(Op de plek van de x zet je het nummer van jouw gebied)
Waar komt in jullie gebied een extra stroomgeul?
Gebruik de hoogteliggingskaart om laagliggend gebied te vinden.
Probeer een aansluiting te maken met aanliggende deelgebieden van andere groepjes.
Opmaak: kleur: hsla(200,60%,50%,0.65), randkleur: 100% doorzichtig

2. Verwijderde objecten
Maak een ❐ Vlakkenlaag met de naam: Verwijderde objecten 2120-x.

► Kijk of de nieuwe extra stroomgeul over bebouwing loopt. Geef deze gebouwen aan door er een rechthoekig vlakje over te maken. Door de ALT-knop ingedrukt te houden tijdens het tekenen, kun je over een bestaande laag heen tekenen. (De ALT-knop zet de magneetfunctie uit.)
Vul deze kaartlaag aan wanneer er in jouw ontwerp bepaalde objecten niet kunnen blijven staan op hun huidige locatie.
Opmaak: kleur: rgba(210, 60, 80, 1), randkleur: 100% doorzichtig


3. Dijken
► Maak een ⌇ Lijnenlaag met de naam: Dijken 2120-x.
De nieuwe stroomgeul heeft wellicht een nieuwe dijk nodig. De bestaande dijken worden waarschijnlijk verbeterd. Teken nieuwe of verbeterde dijken in je gebied. Gebruik de bestaande Dijkenlaag om de huidige ligging te zien. Als je de ligging niet wilt veranderen, kun je de huidige dijkenkaartlaag ‘overtrekken’ en toevoegen aan de Dijken 2120-x laag.
Opmaak: kleur: rgba(180, 0, 0, 1), dikte: halverwege de schuif.


4. Moeraszones
► 
Maak een ❐ Vlakkenlaag met de naam: Moeraszones 2120-x.
In 2120 is er veel ruimte voor groen. Voor de waterhuishouding zijn moeraszones nodig.
► Teken geschikte plekken voor moeraszones in je gebied. Gebruik hiervoor de hoogtekaart om te zoeken naar laagliggende gebieden.
► Opmaak: kleur: rgba(150, 210, 70, 1), randkleur: 100% doorzichtig


5. Bossen
Maak een ❐ Vlakkenlaag met de naam: Bossen 2120-x.
Teken geschikte plekken om het bosareaal te vergroten. Wat voor soort bossen zijn het? En is het natuur- of recreatiegebied? Gebruik 'kaarteigenschappen' om dat te noteren.
► Opmaak kleur: rgba(30, 140, 70, 1), randkleur 100% doorzichtig


6. Landbouw
Maak een ❐ Vlakkenlaag met de naam: Innovatieve landbouw 2120-x.
Geef innovatieve landbouw een plek. Welke vorm van landbouw stellen jullie voor? Gebruik 'kaarteigenschappen' om dat te noteren.
Opmaak: kleur: rgba(190, 160, 90, 1), randkleur 100% doorzichtig


7. Berging
Maak een ❐ Vlakkenlaag met de naam: Bergingsgebieden 2120-x.
Geef in jullie gebied aan waar tijdelijk water opgeslagen kan worden bij piekafvoer.
Opmaak: kleur: rgba(50, 200, 210, 1), randkleur 100% doorzichtig


8. Energie
Maak een ❐ Vlakkenlaag met de naam: Duurzame energie 2120-x.
Een deel van je gebied mag gevuld worden met vormen van duurzame energieopwekking. Bedenk zelf welke vorm(en) jullie gaan intekenen.
Geef aan op jullie kaart waar er aan energieopwekking wordt gedaan.
Opmaak: kleur: rgba(170, 140, 240, 1), randkleur 100% doorzichtig