5.1 Denk bij het inrichten aan deze 5 basisprincipes:

5.1.1 Het natuurlijke systeem
Het natuurlijk systeem is het uitgangspunt voor de oplossingen die we aandragen voor een klimaatbestendig en biologisch divers Nederland.

5.1.2. Optimaal benutten van water
Om de biodiversiteit en kwaliteit van de natuurlijke omgeving te vergroten en elke druppel water optimaal in te zetten, moet ons watermanagement gericht zijn op het maximaal vasthouden, benutten, bergen en dan pas afvoeren van water.

5.1.3 Natuurinclusief
Dat betekent dat we bij alle keuzes – bijvoorbeeld over energie, landbouw, bouwen, water en leefbaarheid – steeds rekening houden met de natuur. We beschermen bestaande natuur, ondersteunen natuurlijke processen en combineren die waar nodig met technische oplossingen. We creëren ruimte voor nieuwe natuur en zorgen voor goede verbindingen zodat planten en dieren zich kunnen verplaatsen. Ook maken we gebruik van de voordelen die natuur ons biedt, zoals verkoeling, schoon water en een gezonde leefomgeving.

5.1.4 Circulaire economie
In de toekomst willen we dat Nederland niet alleen klimaatneutraal is, maar zelfs klimaatpositief: we slaan dan meer broeikasgassen op dan we uitstoten. Dat kan alleen als we duurzamer gaan leven en meer kiezen voor een circulaire economie. In je verslag mag je zelf bedenken en beschrijven welke vormen van circulariteit er in jouw gebied kunnen voorkomen.

5.1.5. Zorg voor meebewegende (adaptieve) ruimtelijke inrichting
Door klimaatverandering, de energietransitie, meer bebouwing en meer verkeer verandert onze omgeving snel. Dat heeft ook invloed op de natuur en de biodiversiteit. Om Nederland veilig, fijn om in te wonen en duurzaam te houden, moeten we meer meebewegen met de natuur. Dat betekent dat we natuurlijke processen slim gebruiken in de manier waarop we ons land inrichten, zoals bij ‘Bouwen met Natuur’ om gebieden te beschermen tegen hoog water.