Mensen kunnen joods zijn op meerdere manieren. Joods-zijn kan namelijk zowel over iemands afkomst als geloof gaan.
Iemand is van afkomst Joods, wanneer hij of zij is geboren uit een Joodse moeder. We schrijven 'Joods' dan met een hoofdletter, omdat we iemand van een bepaalde bevolkingsgroep aanduiden. Iemand kan ook joods van geloof zijn. Dan schrijven we 'joods' met een kleine letter.
Veel mensen die joods (van geloof dus) zijn, zijn geboren uit een Joodse moeder. Maar niet iedereen. Iemand kan ook joods worden via een religieuze ceremonie.
Joods-zijn is dus meer dan een geloof: het is ook een cultuur en een verbondenheid met een geschiedenis en met tradities. Daarom voelen sommige Joden zich Joods, zelfs als ze niet in God geloven.
Er zijn verschillende manieren waarop Joden hun identiteit beleven. Een orthodoxe jood volgt strikt de joodse wetten, zoals het houden van de sjabbat (rustdag) en het eten van koosjer voedsel. Koosjer betekent 'toegestaan' en gaat over de joodse voedselwetten. Bijvoorbeeld, orthodoxe joden koken niet op sjabbat en scheiden melk en vleesgerechten in hun keuken.
Een liberale jood is ook deel van de religie 'jodendom' en kiest welke tradities hij of zij volgt en probeert die te combineren met de moderne tijd. Ze vinden het bijvoorbeeld belangrijk om feestdagen te vieren, maar doen dat op een manier die minder streng is. Liberale joden kunnen op sjabbat wel koken, zolang ze tijd met hun familie doorbrengen.
Sommige Joden zijn niet-religieus en zien het Jodendom vooral als een cultuur of familieband. Ze vieren soms wel feestdagen, zoals Chanoeka, maar doen dat om samen te zijn met anderen, niet vanuit geloof. Voor hen is Joods-zijn een manier om hun geschiedenis en afkomst te eren.
