Stap 2

Analyseren

Als je drie dagen lang je voeding en je wearable-gegevens hebt bijgehouden, ga je kijken wat je daar van kunt leren. Vergelijk hoeveel energie (calorieën) je hebt gegeten met hoeveel je volgens je wearable hebt gebruikt. Kijk ook of je op dagen waarop je veel hebt bewogen, ook meer honger had of juist niet. Voelde je je energiek of juist moe? En zie je misschien een verband tussen wat je hebt gegeten en hoe actief of fit je je voelde?

Voorbeeld:

Op dinsdag heb je volgens je wearable 2.400 calorieën verbrand. Je hebt die dag drie boterhammen als ontbijt gegeten, een tosti als lunch, een appel als tussendoortje en pasta met saus als avondeten. In totaal heb je ongeveer 1.800 calorieën binnengekregen. Je merkt dat je die dag in de middag erg moe was en moeite had om je te concentreren. Waar zou dit aan kunnen liggen?

Door dit soort verbanden te zoeken, leer je hoe jouw lichaam reageert op voeding en beweging. Dat helpt je om betere keuzes te maken op dagen waarop je veel of juist minder energie nodig hebt.

Het is altijd goed om je werk te controleren op spelfouten en vormgeving.
Denk hierbij aan:

1. De vormgeving is rustig en overzichtelijk

2. Schrijf je uitdaging in je eigen taal

3. Doe de spellingscontrole die het programma heeft

4. Teksten kort, bondig en gestructureerd houden

5. Denk aan de lay-out (vormgeving) dat er illustraties en afbeeldingen in verwerkt zijn