Je hebt vorige week een poster/ resiverslag geschreven in het Duits. Dat is een onderdeel die je moet inleveren voor je Praktische Opdracht.
Deze week ga je oefenen om het te kunnen vertellen in het Duits.
Je hebt een keuze:
Je levert uiterlijk 4 november een video in
of
je maakt een afspraak met mevrouw Smith om het live voor mij te doen in de Toetsweek.
Geef dit uiterlijk 4 november aan mij door!

Je bekijkt 1 afleveringen van Logo. Je scrollt even naar beneden naar de uitzendingen van deze week. Elke dag is er een uitzending. Je maakt per uitzending een samenvatting in het Nederlands. Waar gaat het over? Welke onderwerpen worden besproken? Wat wordt erover gezegd? Een opsomming van de onderwerpen is géén sammenvatting. Schrijf dus per onderwerp ook wat je gehoord en gezien hebt.
Zet je werk in Seesaw en met een link in Egodact in je logboek LOGO met datum van uitzending.
Elke week krijg je een Duitse tekst, nieuws die met deze week te maken heeft. Herkenbaar? Klopt het lijkt op Nieuwsbegrip maar dat is het niet.
Deze tekts ga je lezen. Je onderstreept de woorden die je niet begrijpt. Hiervan maak je een woordenlijst, dus een vertaling naar het Nederlands.
Daarnaast maak je een samenvatting waarover de tekst gaat.( Wie, wat, waar, waarom, wanneer, etc) Dus niet een letterlijke vertaling, maar een samenvatting in je eigen woorden. Sommige weken ontvang je naast de tekst ook vragen en opdrachten erbij. Dan maak je die in plaats van een samenvatting.
Waarom?
Je woordenschat wordt groter, je leer meer over Duitsland en je leestempo gaat omhoog.
Zet je werk in Seesaw en met een link in Egodact in je logboek Weektekst.
Je gaat met Grammatik aan de slag!
Sommige van jullie hebben vorige jaar al wat oefeningen al gemaakt, maar herhaling kan geen kwaad. Je maakt de oefeningen en je maakt er screenshots van het resultaat.
Je schrijft de theorie op in een schrift! Dat wordt je Grammatik schrift!


Ja, daar gaan we. je hebt het weleens gehoord van je moeder of broer. De naamvallen dat is zo moeilijk. Maar we gaan het toch doen. Wat zijn dat eigenlijk? En waar heb je het voor nodig?
In het Duits zijn er vier naamvallen:
Hier ga je alle naamvallen nog oefenen.
Naamvallen zonder voorzetsels (ontleden)
Opdracht 1:
Opdracht 2: Schrijf de volgende zinnen over in een Pages document en vul bij A de juiste uitgangen en bij B de juiste vorm van het persoonlijk voornaamwoord in.