
1. Voorbereidende vragen. Ieder in je crew maakt deze voorbereidende vragen om na te denken over de opdracht en het onderwerp. Gebruik volle zinnen bij het beantwoorden van je vragen.
a. Naar wat voor soort films kijk jij? Noem een aantal titels en genres (thriller/actie/comedy/etc.)
b. Ga je graag naar de bioscoop? Waarom wel of niet?
c. Wat zijn de verschillen tussen een speelfilm en een tv serie?
d. In deze opdracht doe je onderzoek naar de CKV dimensie "Feit en Fictie". Een film is fictie, dat wil zeggen dat het niet echt is. Wat wordt er bedoeld met feit of fictie? Geef voorbeelden aan de hand van dit filmpje.
e. Bekijk het filmpje hieronder. Waarom vindt deze museumdirecteur fictie noodzakelijk? Ben jij het met haar eens en waarom wel of niet?
f. Waarom gebruikt een kunstenaar soms fictie?
g. Wanneer is iets waargebeurd of niet? Hoe kun je dat bepalen?
h. Biedt fictie een kunstenaar andere mogelijkheden dan feiten?
i. Is een autobiografie een feit? En wat gebeurt als een boek wordt verfilmd?
Voor HAVO/VWO zijn er nog extra onderzoeksvragen te vinden in de menubalk links.
2. Maak een mindmap. Het is het goed om te bedenken welk verhaal je de kijker gaat vertellen. Zelfs het kortste filmpje verteld een verhaaltje. Het verhaal, wat jullie willen gaan vertellen met de film, is waar jullie idee begint. Ga bij elkaar zitten en samen nadenken en praten hierover. Een mindmap helpt bij het goed nadenken over jullie film. Deze kun je ook tussendoor aanvullen als je nieuwe ideeën hebt in de tijd dat je aan jullie film werkt

3. Bepaal het genre. Doe onderzoek naar film genres en beantwoord de volgende vragen:
a. Onderzoek welke filmgenres gebaseerd zijn op feiten en welke op fictie. Noem/zoek daar ook een paar films bij.
b. Maak hiervan een mindmap of beeldverslag (minimaal 1, maximaal 2 pagina's). Zet aan 1 kant de feitgenres (met kenmerkende aspecten) en aan de andere kant de fictie genres (met de kenmerkende aspecten).
c. Schrijf je bron erbij (waar heb je deze informatie gevonden?)
d. Welk genre/ welke genres vind jij interessant? Waarom?
Vul samen deze tabel in en bedenk welk genre jullie film moet zijn. Doe vervolgens research naar het genre en schrijf typische kenmerken op.

4. Schrijf een script. Verzin karakters en scenes. Schrijf op wat er gebeurt en wat ze zeggen. In films staat één pagina script gelijk aan ongeveer 1 minuut film. Klik hier voor tips.

5. Maak een storyboard. Werk terwijl het script wordt geschreven ook aan een storyboard. In een storyboard maak je een overzicht van alle shots in je film en denk je na over hoe het eruit moet gaan zien. Een storyboard kan je ook online maken via deze link. Het storyboard bestaat uit minimaal 10 shots.
6. Plan het filmen. Jullie gaan alles wat nodig is voor het maken van de film nu plannen. Verdeel de taken onder elkaar zodat je goed gebruik maakt van de tijd die je hebt. Zorg dat iedereen evenveel doet! Beantwoord onderstaande vragen:
a. Hoe zijn de taken verdeeld?
b. Wanneer gaan jullie filmen?
c. Op welke plekken gaan jullie filmen?
d. Wie gaat/gaan filmen (met welke camera)?
e. Wie spelen de rollen?
f. Wie verzorgen alle spullen die nodig zijn voor de aankleding (Styling)?
g. Wie gaat/gaan achteraf monteren (editen, muziek en teksten)?

7. Filmen. Tijd om jullie film echt op te gaan nemen. Kijk het filmpje hieronder voor inspiratie over verschillende camera shots en zorg dat je zoveel mogelijk gebruikt in jullie film om het op een interessante manier in beeld te brengen.
8. Editen. Jullie zijn in de laatste fase van film productie aangekomen. Jullie gaan het opgenomen materiaal editen. Dit kan in verschillende apps zoals iMovie, CapCut of andere software. De editing is super belangrijk voor het tempo van de film maar geeft ook mogelijkheid tot extra elementen zoals effecten en muziek. Muziek kan onwijs veel invloed hebben op een film zoals te zien in dit filmpje. Zorg in de editing ook dat je film een titel krijgt en ook een aftiteling met credits.

9. Poster maken. Kijk de film een paar keer en check of jullie echt tevreden zijn. Maak nog een paar laatste aanpassingen als dat nodig is. Dan is het tijd om een poster te maken. Op de poster van je film staat:
- Wie de film heeft gemaakt
- De titel
- De (belangrijkste) acteurs
- Een pakkende one-liner om de aandacht te trekken. - Een foto/ afbeelding
Je poster moet passen bij je film en het gekozen genre. Het is je reclame. Hang de poster ook op voor/ tijdens de toets week! Dan krijgen we vast een sneak preview van wat er komen gaat.

10. Presenteer. Zet al je werkmateriaal in een presentatie en presenteer dit in de toetsweek. Zorg dat je trots kan zijn op wat jullie hebben gemaakt!

Digitaal:
Maak een tegel aan in Egodact. Hierin komen:
Presenteren: