4. Behoud van energie

Energieomzettingen

Een bal die je omhoog gooit en terugvalt op de grond in het zand. Een voorbeeld waarbij nogal wat energieomzettingen plaats vinden.

Chemische energie uit voeding zorgt ervoor dat dat je met je spieren de bal bewegingsenergie kan geven.
Naarmate de bal meer hoogte krijgt neemt de snelheid en daarmee de bewegingsenergie af maar neemt de zwaarte-energie toe. Op het hoogste punt heeft de bal geen bewegingsenergie meer en is deze volledig omgezet in vooral zwaarte-energie.
De bal valt vervolgens terug naar de grond. Hierbij wordt de hoogte steeds kleiner en daarmee dus ook de zwaarte-energie. Deze zwaarte-energie wordt vooral omgezet in bewegingsenergie wat zichtbaar is aan de toenemende snelheid.
Op het moment van raken van de grond heeft de bal geen hoogte meer en dus geen zwaarte-energie meer. Deze is nu vooral omgezet naar bewegingsenergie. De bal raakt de grond en in korte tijd heeft gaat de bal van een hoge snelheid naar stilstand. De beweginsenergie wordt volledig omgezet in onderandere warmte. De bal en de grond zal iets warmer worden.

In het bovenstaande voorbeeld doen zich allerlei energieomzettingen voor. Energie ontstaat niet uit het niets en gaat ook niet verloren. Energie komt dus voort uit omzettingen van de ene soort energie in de andere. De hoeveelheid energie voor en na blijft ten allen tijde gelijk. Dit wordt de wet van behoud van energie genoemd.

Energieomzettingen komen vooral voor in apparaten. Een apparaat moet worden voorzien van een energievorm. Deze toegevoerde energie wordt in het apparaat omgezet naar de gewenste vorm van energie. Dit wordt ook wel nuttige energie genoemd. Bij deze omzettingen wordt een deel van de toegevoerde energie omgezet naar een energievorm die niet gewenst is. Hoe kleiner het deel dat in de niet gewenste vorm wordt omgezet hoe hoger het rendement van het apparaat.

Een voorbeeld apparaat is een lamp in huis. De toegevoerde energie is elektrische energie. De lamp zet dit om in licht, de nuttige energie. De lamp wordt ook warm. Hiervoor is de lamp niet bedoeld. De warmte is dan de ongewenste energie.
Vroeger gebruikte men vooral gloeilampen. Bij een gloeilamp wordt 100 joule toegevoerde elektrische energie omgezet naar ongeveer 5 joule licht en 95 joule warmte. Bij moderne ledverlichting wordt 100 joule toegevoerde elektrische energie omgezet naar ongeveer 50 joule licht en 50 joule warmte. Bij eenzelfde hoeveelheid licht-energie van 5 joule is bij een gloeilamp dus 100 joule nodig en bij een ledlamp slechts 10 joule. Omdat gloeilampen zoveel meer energie nodig hebben voor de zelfde hoeveelheid licht is sinds 2012 de verkoop van gloeilampen in Europa niet meer toegestaan.

Voor een visueel overzicht van de energieomzetting door een apparaat wordt een energie-stroomdiagram gemaakt. Hieronder het voorbeeld voor een gloeilamp en een spaarlamp.

Links van het apparaat staat de toegevoerde energie in de vorm van de staart van een pijl. Rechts van het apparaat staan de energievormen die uit het apparaat voortkomen. Deze hebben de vorm van de kop van een pijl. Volgens de wet van behoud van energie is het noodzakelijk dat de totale toegevoerde energie even groot is als het totaal aan uitkomende energie. De dikte van de pijlen illustreren de hoeveelheid energie. De visuele weergave geeft snel inzicht hoe een apparaat energie omzet.

bron: Natuurkunde.nl - energiestroomdiagram tekenen.


Kijk voor het zelf maken van een energie-stroomdiagram de volgende instructie-video:

 

Hieronder een oefening met een energiestroomdiagram. Sleep de begrippen naar de juiste plek. Klik de controleerknop zodat je kan zien hoe je de opdracht gedaan hebt.

 

 

Nog een oefening met een energiestroomdiagram.

 

Claus heeft de verlichting van zijn slee vernieuwd. Voorop de slee was een gloeilamp gemonteerd. Deze is nu vervangen door een LED-lamp. Claus verwacht nu minder energie uit de accu nodig te hebben voor dezelfde hoeveelheid licht gedurende de nacht.

Met een energiemeter controleerd Claus het energiegebruik. Deze meter meet helaas geen elektrische energie maar is alleen geschikt voor het meten van afgegeven warmte. Het blijkt dat de LED-lamp 312 joule warmte afgeeft in de nacht.

In de specificaties bij de LED-lamp wordt aangegeven dat deze een rendement van 40% heeft. Dit houdt in dat bij de omzetting 40% naar licht wordt omgezet. Eventuele warmteverliezen naar de omgeving mag je negeren.

Aan jou de taak de juiste energiehoeveelheden in het energiestroomdiagram naar de juiste plek te slepen. Ben je klaar, klik dan op de controleerknop voor het resultaat. Heb jij gevonden hoeveel elektrische energie de lamp gebruikt?

 

Nog een oefening over dit onderwerp:

 

Meer elektrische auto’s verkocht wereldwijd

De verkoop van elektrische auto’s (EV) groeit snel. In 2023 werden er 40% meer elektrische auto’s verkocht dan in 2022. Vooral in China, Europa en de VS zijn ze populair.

De groei komt door betere technologie en meer laadstations. Ook worden batterijen goedkoper. Veel autofabrikanten maken nu meer elektrische modellen.

Experts denken dat tegen 2030 veel meer mensen elektrische auto’s zullen kopen.

 

Dit nieuwsartikel gaat over EV's. Deze auto's worden niet meer aangedreven met energie uit fossiele brandstoffen.

Hieronder zie je een energiestroomdiagram over de aandrijving van een EV. Aan jou de taak de juiste begrippen op de juiste plek te zetten.

 

Nog een opgave om na te gaan of je de stof begrepen hebt en kan toepassen: