Onderdeel A

Deze week ga je een opdrachtgever zoeken waarbij je de opdrachten van het werkstuk retailformule kan uitvoeren. Je docent helpt je bij het vinden van een opdrachtgever. Deze week staat de verkenning rondom je opdrachtgever centraal.

 

Opdracht 1

Bij dit onderdeel moet je de ontbrekende gegevens invullen. Deze gegevens heb je nodig om contact te kunnen leggen met je opdrachtgever.

 

Opdracht 2

Je gaat in dit werkstuk onderzoek doen naar jouw opdrachtgever. Bij dit onderzoek is het belangrijk dat je de marketingmix kent van het bedrijf. ( de 6 p's waar je in de vorige opdracht aan hebt gewerkt) Om dit straks makkelijker te kunnen opschrijven, is het handig om eerst een woordweb te maken op papier.

 

Opdracht 3

Je gaat nu de marketingmix van jouw opdrachtgever omschrijven. Mocht je niet meer weten wat de marketingmix inhoudt, bekijk dan de theorie op deze website. De marketingmix verwerk je in een poster. De poster moet aan de volgende voorwoorden voldoen:

  1. De poster is gemaakt in canva of op A4 papier met geknipte afbeeldingen ( uit tijdschriften bijv.);
  2. Op de poster komt elke P uit de marketingmix goed naar voren;
  3. De poster bestaat enkel en alleen uit afbeeldingen. De afbeeldingen moeten een goed beeld geven van de marketinginstrumenten;
  4. De poster bestaat uit maximaal 1 A4.

Klaar? Sla de poster goed op. Maak daarna een printscreen van je poster en plak deze in je werkbestand.

Opdracht 4

De laatste opdracht is dat je de marketingmix in woorden uitschrijft. Dit doe je per marketinginstrument, dus bijv:

Prijs : Wat is de prijs van het product?

Plaats : Waar staat het bedrijf? Is dat een logische plek?

Product: Welk producten/diensten heeft het bedrijf?

Promotie: Op welke manier maken ze reclame?

Presentatie: Hoe ziet het bedrijf eruit voor de klant? Wat zijn de kenmerken/huisstijl?

Personeel: Hoeveel mensen werken er? wat is kenmerkend voor het personeel? Wat moet het personeel kennen/kunnen?

Gebruik bij ieder marketinginstrument minimaal 30 woorden.


Klaar?

Aan het einde van onderdeel A moet je de volgende opdrachten gemaakt te hebben:

  1. Op de voorpagina heb je jouw eigen naam ingevuld;
  2. Je hebt de gegevens van je opdrachtgever volledig ingevuld (opdracht 1);
  3. Je hebt een woordweb gemaakt en deze ingeleverd (opdracht 2);
  4. Je hebt een poster gemaakt met daarop afbeeldingen van de marketinginstrumenten, zoals ze passen bij jouw opdrachtgever (opdracht 3);
  5. Je hebt de marketingmix van jouw opdrachtgever in woord uitgeschreven. Elk marketinginstrument is minstens uitgewerkt in 30 woorden (opdracht 4).