Hoofdstuk 3: Voortplanting en fokkerij

Geslacht

Het kunnen bepalen van het geslacht van dieren is nodig voor de voortplanting en fokkerij. Op het moment dat dieren geslachtsrijp zijn, moeten mannen en vrouwen gescheiden worden om ongeplande voortplanting te voorkomen. Met vrouwelijke dieren wil je pas fokken als deze (bijna) volgroeid of fokrijp zijn.

 

Bij volwassen dieren zie je soms aan het exterieur of de kleuren al of het dier mannelijk of vrouwelijk is. Dan kijk je naar secundaire geslachtskenmerken, geslachtskenmerken die zichtbaar zijn bij volwassen dieren. Dit geeft je een idee over het geslacht van het dier.

 

Stier

Koe

 

Door het geslacht te bepalen, weet je zeker of het dier mannelijk of vrouwelijk is. Je kijkt dan naar de primaire geslachtskenmerken. Je zoek een penis of een vagina, waardoor je weet of het dier mannelijk of vrouwelijk is. Als er weinig zichtbaar is, dan is de vuistregel dat bij een grote afstand tussen de anus en de geslachtsopening het dier mannelijk is.

Niet alle dieren zijn geschikt voor de fokkerij, zeker bij mannelijke dieren wordt streng geselecteerd. Als deze dieren wel een andere functie hebben worden ze vaak gecastreerd. Dan worden de teelballen verwijderd, waardoor de hormonen met betrekking tot voortplanting verdwijnen.

 

Soort en ras

Dieren horen tot dezelfde soort als ze onderling vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen. Een diersoort is vaak verdeeld in rassen. Bij dieren is sprake van een ras, als het dier is gedomesticeerd en herkenbaar is als een lid van dat ras. Met een  stamboom kan je aantonen dat een dier bij dat ras hoort. Hoe een ras er uitziet wordt beschreven in een rasstandaard.

 

Fokkerij

Fokkerij is gericht voortplanten om nakomelingen te krijgen die beter passen bij het productiedoel. Dat kan je bereiken met natuurlijke dekkingen, maar daar zitten risico’s aan.

Met KI kan je vrouwelijke dieren bevruchten met sperma van het best passende vaderdier vanuit de hele wereld. KI staat voor kunstmatige inseminatie, ofwel het kunstmatig inbrengen van sperma.

Dit sperma wordt “gewonnen” door bijvoorbeeld een stier op een fantoom te laten springen en het sperma op te vangen. Dit wordt onderzocht of de kwaliteit goed is en vervolgens verdeeld over kleine rietjes. Deze rietjes worden bewaard in vloebare stikstof. Bij een temperatuur van - 196⁰C blijven de spermacellen leven, kunnen vervoerd worden over de hele wereld en bewaard worden op een bedrijf. Op het moment dat een koe tochtig is, wordt het rietje uit de vloeibare stikstof gehaald en ontdooid. Vervolgens wordt de inhoud van het rietje met een lange plastic “naald” bij de koe binnengebracht tot in de baarmoeder. Dan is de kans op een sucesvolle bevruchting het grootst

Bekijk de bedrijfsfilm van KI-samen, een van de KI-organisaties die in Nederland actief is.

https://www.youtube.com/watch?v=kvpIzCCj2ps

Bekijk de vlog over de inseminatie van een koe

https://www.youtube.com/watch?v=DXF6Y39O3Nc

 

I&R

I&R staat voor identificatie en registratie. Alle landbouwhuisdieren hebben een uniek nummer, hun I&R nummer. Bij runderen, varkens en schapen is dit nummer aangebracht in hun oor.

 

 

In de pluimveehouderij, bij zowel leghennen als vleeskuikens, zijn KIP-nummers. KIP staat voor Koppel Informatiesysteem Pluimvee. Daar heeft het koppel dus een nummer, niet elk dier afzonderlijk.   

Veehouderijen in Nederland hebben een UBN-nummer, een uniek bedrijfsnummer waarop je dieren aan- en af kunt melden. Dieren staan gekoppeld aan je UBN-nummer. Bij verkoop zijn dieren dus te volgen. Als er een besmettelijke ziekte uitbreekt, is terug te vinden waar dieren vandaan komen en met welke andere dieren die in contact zijn geweest. 

Bij huisdieren zoals paarden, honden en katten wordt gebruik gemaakt van een vrijwillige registratie. Dieren worden dan gechipt. Onderhuids, vaak tussen de schouderbladen of op de hals wordt een kleine microchip ingebracht met een uniek diernummer.

Vaak hebben dieren ook nog een stalnummer, wat binnen het bedrijf gebruikt wordt om het dier te herkennen.