Hoofdstuk 2; Bedrijfsmatig dieren houden

Inleiding

Er zijn veel bedrijven die dieren houden om daar geld mee te verdienen. We noemen dat bedrijfsmatig dieren houden. Dat zijn bedrijven als een melkveehouderij of een vleesvarkenshouderij, maar ook een manege of een bedrijf wat bewakingshonden opleid en verkoopt. Bij het bedrijfsmatig houden van dieren wordt altijd gezocht naar de balans tussen geld verdienen en welzijn en goede zorg voor dieren.

 

Productiedoel

Productiedieren worden gehouden met een doel. Soms is het melk, soms vlees of eieren. Een productiedier heeft een productiedoel. Om zoveel mogelijk opbrengst te krijgen, wordt er gericht gefokt met dieren die voldoen aan het productiedoel. Als je een snel groeiend vleesvarken wil, kruis je dieren die snel groeien. Zo ontstaan rassen die voldoen aan een productiedoel. Een melkkoe heeft maar weinig vlees op de botten, maar geeft wel veel melk. Een vleeskoe heeft geen uier wat makkelijk gemolken kan worden.  

 

Het productiedoel van een dier, zie je vaak aan het exterieur. Dat is de buitenkant van het dier, de bouw van het lichaam.

Een melktype koe is wigvormig gebouwd.

Een vleestype koe is blokvormig gebouwd.

 

Huisvesting van productiedieren

Huisvesting is de manier waarop je een dier houdt, het soort hok of stal. De prijs van producten uit veehouderijbedrijven, wordt bepaald door marktwerking. De veehouder bepaald de prijs niet, hij ”kiest” of hij op dat moment wil verkopen voor die prijs. Met kort houdbare producten als vlees, eieren of melk is er nauwelijks sprake van een keuze.

Om te zorgen dat het houden van dieren rendabel is, wordt gestreefd naar een optimale kostprijs. Zo goedkoop maar goed mogelijk produceren is het streven van de veehouder. Bij goed produceren houdt de veehouder rekening met dierenwelzijn, milieubelasting, natuur- en landschap. Zoveel verschillende belangen op een bedrijf geeft strijd.

 

 

Houderijsystemen

Per productiedier liggen de wensen voor een goede huisvesting anders. Dieren produceren beter en langer als ze zich prettig voelen in hun stal of hok. De huisvesting van een productiedier moet passen bij het natuurlijk gedrag en het productiedoel van het dier.

Houderijsystemen in de rundveehouderij

Er zijn verschillende houderijsystemen voor rundvee. Melkkoeien worden over het algemeen anders gehuisvest dan vleeskoeien.

Je kunt runderen niet jaarrond op gras houden. Dan zou in de herfst en winter de grasmat vertrapt worden. De dieren worden op stal gezet om het gras en de bodem te ontzien. Er zijn verschillende soorten huisvesting voor verschillende diergroepen.

Houderijsysteem

houderijsysteem

Eenlingkalverbox

Potstal

Gecombineerde stalvloer (stro en roosters)

Ligboxenstal

 

Pas geboren kalveren worden vaak individueel gehuisvest. Zo kan het dier optimaal in de gaten gehouden worden. Grotere kalveren worden gehouden in een potstal. Een groot hok met stro, wat regelmatig van een nieuwe strooisellaag voorzien wordt. Ook melkkoeien of zoogkoeien kunnen gehouden worden in zo’n potstal. Een gecombineerde stalvloer heeft een deel roostervloer en een deel stro. Deze huisvestingvorm zien je wel bij grotere kalveren, vleeskalveren of zoogkoeien.

De meeste melkkoeien worden gehouden in een ligboxenstal. Bij deze huisvestingsvorm zijn er aparte ruimtes om te liggen, de ligboxen. De ruimte om te lopen heet roostervloer. Koeien eten door het voerhek vanaf de voergang. In de ligboxenstal vindt je vaak een krachtvoerbox en welzijnsvoorzieningen als een koeborstel.    

Houderijsystemen in de varkenshouderij

In de varkenshouderij zijn verschillende diergroepen met heel verschillende eisen. Voor alle varkens geldt dat ze slecht tegen grote temperatuurswisselingen kunnen en kou niet goed verdragen. Jonge biggen kunnen zichzelf slecht warm houden en worden gehouden in verwarmde ruimtes. Stallen zijn geïsoleerd en vaak mechanisch geventileerd.

 

Zeugen met pasgeboren biggen worden gehouden in een kraamhok of kraamstal. In dit verblijf kan de zeug opgesloten worden, om te voorkomen dat ze op een van haar biggen gaat liggen. De biggen vinden warmte onder een warmtelamp of verwarmde vloer.

 

In de biggenstal worden gespeende biggen gehouden. De biggen worden bij hun moeder weg gehaald op een leeftijd tussen de 3 weken en 4 weken oud. Deze biggen hebben nog warmte nodig en makkelijke toegang tot voedsel en drinken. Maar ook ruimte om te bewegen, rennen en spelen. Soms blijven broertjes en zussen bij elkaar, soms wordt de groep groter en komen meerdere families bijeen.

 

Vleesvarkens worden gehouden in groepen, op roostervloeren of dichte vloeren. Ze hebben ruimte nodig voor beweging, afleiding in de vorm van speelgoed of strooisel. Ze eten brok of brijvoeding. De stal moet makkelijk te reinigen en te ontsmetten zijn.

Guste/drachtige zeugenstallen zijn vaak groepshokken waarin de zeugen gehouden worden. Ze hebben vaak een roostervloer en dichte vloer tot hun beschikking. Er zijn krachtvoerboxen voor brok. Soms is er een strooisellaag  of zelfs een uitloop voor de zeugen aanwezig.

 

 

Houderijsystemen in de pluimveehouderij

In de pluimveehouderij worden vleeskuikens en leghennen gehouden. De huisvesting van die dieren verschilt behoorlijk, omdat de levensduur en het productiedoel verschilt.

 

 

scharrelstal

Scharrelstal met vrije uitloop

Biologische houderij

Kolonie houderij of verrijke kooihuisvesting

 

Technologie in de veehouderij

Door specialisatie en schaalvergroting worden er op bedrijven veel dieren gehouden. Het voeren, water geven, verzorging enzovoorts kost dagelijks veel tijd. Met hulp van automatisering en robots worden dagelijkse werkzaamheden voor de veehouder verminderd.

Voorbeelden van automatisering zijn een automatische voersystemen voor krachtvoer of ruwvoer, automatische waterbak, een mestschuifrobot, automatische ventilatiesystemen en zo voorts.