Uitleg

Zoals je al in de introductie las gaat deze periode over schrijfvaardigheid.

Je kunt een praktisch formulier invullen en een aantal korte persoonlijke berichten schrijven op A1 niveau

Je gaat elke week opdrachten maken die je nodig hebt voor je schrijfvaardigheid. Dat houdt in dat je elke week grammatica opdrachten in je werkboekje maakt en een schrijfopdracht maakt en inlevert. De schrijfopdrachten maak je met pen en papier en zonder hulp van AI en online vertaalsites. Gebruik ook voor het oefenen woordenboeken en geen Google vertalen - dat is gelijk een oefenmoment voor jou.

Achterin het werkboekje vind je ook de woordenlijst en handige zinnen voor de schrijfopdrachten.

 

Tussendoor lever je de schrijfopdrachten al in voor feedback. Op die manier kun je ruim vóór de Deadline Day klaar zijn met inleveren. Je hebt bovendien kans om jouw schrijfopdrachten steeds te verbeteren en je zo goed voor te bereiden op de toets.

Er zal ook een formatieve toets afgenomen worden over de grammatica en een deel van de woordenlijst. Dat is een checkmoment voor jou!

In de laatste week is er ruimte om een aantal zaken te herhalen en te oefenen die jullie nog lastig vinden.

De schrijftoets is een schriftelijke toets, niet op de computer. Je moet een formulier kunnen invullen en korte persoonlijke berichten kunnen schrijven. Je mag tijdens de toets woordenboeken (D-N, N-D en N-N) gebruiken.