maandag 1/12 - vrijdag 5/12

Wat te doen deze week?

  1. Je leert en oefent de regels voor modale werkwoorden.
  2. Je maakt de Grammatik Opdrachten in het werkboekje.
  3. Je schrijft korte chatberichten.
  4. Je kijkt een aflevering van LOGO.

 

Opdrachten

Grammatik

Je kent nu al de hulpwerkwoorden haben, sein en werden als uitzondering op de regelmatige werkwoorden. Een andere groep werkwoorden die niet geheel volgens feesttenten vervoegd worden, zijn de modale werkwoorden. Tot deze groep horen de werkwoorden können, mögen, dürfen, müssen, sollen, wollen en wissen.

Wat zijn modale werkwoorden in het Duits?
Modale werkwoorden zijn werkwoorden die een bepaalde houding van een ander werkwoord aangeven. Modaliteit betekent ook wel “wijze” of “manier”. Dus: op welke manier wordt dit bedoeld?

Wat betekenen deze Modalverben / modale werkwoorden?

dürfen mogen
können kunnen
mögen lusten / houden van
müssen moeten (noodzakelijk)
sollen moeten (advies)
wollen willen
wissen weten

 

Hoe worden Modalverben / modale werkwoorden vervoegd?

  dürfen können mögen sollen wollen müssen wissen uitgangen  
ich darf kann mag soll will muss weiß -  
du darfst kannst magst sollst willst musst weißt st/t  
er/sie/es darf kann mag soll will muss weiß -  
wir dürfen können mögen sollen wollen müssen wissen en  
ihr dürft könnt mögt sollt wollt müsst wisst t  
Sie/sie dürfen können mögen sollen wollen müssen wissen en  

 

Opdrachten:

1. Maak nu in het werkboekje de opdracht onder het kopje "Können/dürfen/wollen/wissen...".

2. Check of je alle eerdere opdrachten over de werkwoorden gemaakt hebt.

3. Heb je meer oefening nodig? Ga dan naar www.duits.de - vaklokaal leerlingen - Oefenen en kies welke werkwoorden je nog wilt oefenen.

Schreiben

Je gaat nu korte persoonlijke chatberichten schrijven. Denk bijvoorbeeld aan een chat waarin je vertelt hoe het gaat of dat je niet naar de training kan komen.

Zinnen

Lieber /Liebe

Danke für deine Nachricht

Wie geht es dir?

Mir geht es gut/ so lala/ schlecht

Viele/ Liebe Grüße

 

Was machst du am Sonntag?

Am Sonntag … ich …

Möchtest du … ?

Das ist eine super Idee.

Nein, nicht so gern.

Gehen wir am Sonntag zum/nach …?

Ja/Nein, …

Wann hast du denn Zeit?

Am …

Um …

Wann wollen wir … ?

Am …

Um

 

Opdrachten:

  1. Schrijf een chatbericht met daarin de volgende onderwerpen: Begroet je vriend/vriendin, Hoe gaat het? Hoe was het weekend? Vertel hoe het met jou gaat. Zeg gedag.
  2. Schrijf een tweede chatbericht waarin je naast de begroeting, vraag naar hoe het gaat en afsluiting ook vertelt dat je vandaag niet naar de training kan komen.
  3. Stuur het in Teams naar mevrouw Amann en sla het op in een map Duits schrijfvaardigheid op je iPad.

 

LOGO!

Kijk een actuele aflevering van LOGO! en maak een samenvatting van minimaal 50 woorden bij de uitzending. Ga in op de verschillende onderwerpen in de uitzending en wat erover verteld of getoond wordt.
Stuur het bestand naar mevrouw Amann via Teams.