Wat te doen deze week?
Je kent nu al de hulpwerkwoorden haben, sein en werden als uitzondering op de regelmatige werkwoorden. Een andere groep werkwoorden die niet geheel volgens feesttenten vervoegd worden, zijn de modale werkwoorden. Tot deze groep horen de werkwoorden können, mögen, dürfen, müssen, sollen, wollen en wissen.
Wat zijn modale werkwoorden in het Duits?
Modale werkwoorden zijn werkwoorden die een bepaalde houding van een ander werkwoord aangeven. Modaliteit betekent ook wel “wijze” of “manier”. Dus: op welke manier wordt dit bedoeld?
Wat betekenen deze Modalverben / modale werkwoorden?
| dürfen | mogen |
| können | kunnen |
| mögen | lusten / houden van |
| müssen | moeten (noodzakelijk) |
| sollen | moeten (advies) |
| wollen | willen |
| wissen | weten |
Hoe worden Modalverben / modale werkwoorden vervoegd?
| dürfen | können | mögen | sollen | wollen | müssen | wissen | uitgangen | ||
| ich | darf | kann | mag | soll | will | muss | weiß | - | |
| du | darfst | kannst | magst | sollst | willst | musst | weißt | st/t | |
| er/sie/es | darf | kann | mag | soll | will | muss | weiß | - | |
| wir | dürfen | können | mögen | sollen | wollen | müssen | wissen | en | |
| ihr | dürft | könnt | mögt | sollt | wollt | müsst | wisst | t | |
| Sie/sie | dürfen | können | mögen | sollen | wollen | müssen | wissen | en |
Opdrachten:
1. Maak nu in het werkboekje de opdracht onder het kopje "Können/dürfen/wollen/wissen...".
2. Check of je alle eerdere opdrachten over de werkwoorden gemaakt hebt.
3. Heb je meer oefening nodig? Ga dan naar www.duits.de - vaklokaal leerlingen - Oefenen en kies welke werkwoorden je nog wilt oefenen.
Je gaat nu korte persoonlijke chatberichten schrijven. Denk bijvoorbeeld aan een chat waarin je vertelt hoe het gaat of dat je niet naar de training kan komen.
Zinnen
Lieber /Liebe
Danke für deine Nachricht
Wie geht es dir?
Mir geht es gut/ so lala/ schlecht
Viele/ Liebe Grüße
Was machst du am Sonntag?
Am Sonntag … ich …
Möchtest du … ?
Das ist eine super Idee.
Nein, nicht so gern.
Gehen wir am Sonntag zum/nach …?
Ja/Nein, …
Wann hast du denn Zeit?
Am …
Um …
Wann wollen wir … ?
Am …
Um
Opdrachten:
Kijk een actuele aflevering van LOGO! en maak een samenvatting van minimaal 50 woorden bij de uitzending. Ga in op de verschillende onderwerpen in de uitzending en wat erover verteld of getoond wordt.
Stuur het bestand naar mevrouw Amann via Teams.