maandag 24/11 - vrijdag 28/11

Wat te doen deze week?

  1. Je herhaalt de regels voor de zwakke en sterke werkwoorden.
  2. Je maakt de Grammatik Opdrachten in het werkboekje.
  3. Je schrijft een Ansichtkarte.
  4. Je leest de weektekst.

 

Opdrachten

Grammatik

Je hebt de regels (idewis + feesttenten) voor de zwakke werkwoorden geleerd en de rijtjes in je schrift staan. Herhaal zo nodig en vul aan in je schrift.

Ook voor de sterke werkwoorden heb je al de rijtjes in je schrift. Als het nodig is, kijk je nog een keer naar de uitleg en vul je aan in je schrift.

 

Zwakke werkwoorden worden regelmatig (= altijd hetzelfde) vervoegd. Dat maakt het makkelijker ze te leren. Om deze werkwoorden te kunnen vervoegen is het wel belangrijk de stam van het werkwoord te bepalen. Dat doe je in het Duits meestal door -en van het werkwoord af te halen. Sommige werkwoorden hebben geen -en maar alleen een -n als uitgang en wordt alleen de -n eraf gehaald.


Als je de stam van het werkwoord hebt bepaald is het alleen noodzakelijk de juiste uitgang te gebruiken. Omdat elke persoon een vaste uitgang heeft kun je deze gewoon leren. Zie de volgende pagina voor voorbeelden.

Het werkwoord spielen:

 

Opdrachten:

1. Maak nu in het werkboekje de opdrachten 1 + 2 onder het kopje "Regelmatige werkwoorden".

2. Speel met iemand uit de groep "Verben versenken" (= Zeeslag).

3. Maak de opdracht onder het kopje "Voltooid deelwoord".

4. Maak opdracht 1 + 2 onder het kopje "Sterke werkwoorden".

Schreiben

Even een brief naar een vriend, of een goede kennis. Het klinkt wat ouderwets, maar gebeurt in Duitsland toch nog steeds. Lees hier wat goede tips om een goede ansichtkarte /informele brief te schrijven. Viel Glück!

Aanhef

De aanhef, waarbij je je richt aan de geadresseerde, staat altijd in de eerste naamval en kan op verschillende manieren worden weergegeven. Bijvoorbeeld:

Ook kun je “Hallo” schrijven of bij geliefden “Mein(e) Liebe(r)” gebruiken.

Let erop dat het altijd gevolgd wordt door een komma en dat daardoor de eerste letter van de brief met een kleine letter wordt geschreven.

Inleiding

In de inleiding van de brief schrijf je vaak de aanleiding of het doel van de brief. Je kunt bijvoorbeeld schrijven:

Inhoud brief

Schrijf vervolgens in enkele alinea’s op wat je wilt zeggen in de brief. Je kunt bijvoorbeeld iemand uitnodigen wat te gaan doen, bedanken of informatie geven. Enkele voorbeeldzinnen:

In de slotalinea kun je nog aangeven dat je graag wat wilt horen of iemand de groeten doen. Bijvoorbeeld: “Bitte grüße….von mir” (Doe…de groeten namens mij)

Afsluiting

Als afsluiting van de brief schrijf je een groet, gevolgd door jouw naam. Enkele voorbeelden:

“Tschüs!” (=doei), “Mach’s gut!” (=het ga je goed), “Viele Grüße” (=groetjes), “Alles Gute!” (=het ga je goed).

Iets formeler, maar nog steeds persoonlijk, zijn bijvoorbeld “Mit besten Grüßen” of “Herzliche Grüßen”. Iets informeler, vaak naar familie, is bijvoorbeeld “Alles Liebe”.

Opdrachten:

  1. Schrijf een Ansichtskarte met daarin de volgende onderwerpen: Adres, aanhef, hoe gaat het? wat voor weer? en afsluiting.
  2. Stuur het in teams naar mevrouw Amann.

 

Weektekst

1. Lees de weektekst en markeer de onbekende woorden.

2. Schrijf een samenvatting bij elke tekst.
Stuur hier foto's van naar mevrouw Amann in Teams.