maandag 5/1 - vrijdag 9/1

Wat te doen deze week?

  1. Je leert de naamvallen van de persoonlijke voornaamwoorden.
  2. Je maakt de Grammatik Opdrachten in het werkboekje.
  3. Je schrijft een persoonlijke e-mail.
  4. Je kijkt een aflevering van LOGO.

 

 

Opdrachten

Grammatik

Naamvallen persoonlijke voornaamwoorden

Je zal het weleens van je ouders of broer of zus gehoord hebben. Die naamvallen van Duits........

Ja we gaan er mee aan de slag.

Maar wat zijn naamvallen eigenlijk? In het Duits hebben we het over de 1e naamval oftewel het onderwerp, 3e naamval is het meewerkend voorwerp en de 4e naamval is het lijdend voorwerp.

Het lastige is dat de Duitse persoonlijke voornaamwoorden drie vormen kennen en de Nederlandse maar twee. Hieronder wordt het uitgelegd.

 

Opdrachten

  1. Maak zelf een overzicht/ schema van de naamvallen 1, 3 en 4 met de persoonlijke voornaamwoorden erin.
  2. Maak in het werkboekje de opdracht "Persoonlijk voornaamwoord 4e naamval ...".
  3. Maak de opdracht "Persoonlijk voornaamwoord 3e naamval ...".

Zet je schema in Seesaw en een link in Egodact.

 

Schreiben

Je gaat meedoen met een studenten uitwisseling. Om alvast kennis te maken schrijf je een email.

In deze mail staat het volgende:

Zet dit in Seesaw en een link in Egodact.

 

LOGO!

Kijk een actuele aflevering van LOGO! en maak een samenvatting van minimaal 50 woorden bij de uitzending. Ga in op de verschillende onderwerpen in de uitzending en wat erover verteld of getoond wordt.