|
Titel |
Bewijs 2: uitstuurbrief van E. |
|
Datum |
24 januari 2024 |
|
Relevantie |
Met dit bewijs laat ik zien dat ik adequaat anticipeer op ordeverstoringen en dat ik regie heb in de klas. |
|
Context |
E. kwam al druk in de les binnen, ze begroette mij wel en ging daarna schreeuwend naar haar plek. Ik zei dat ze druk binnenkwam en dat ze gewoon rustig haar plekje op kon zoeken. Wanneer leerlingen storend zijn in de les, maak ik gebruik van de correctieladder (Slooter, 2019). Tijdens mijn uitleg, begon E. met haar buurvrouw te praten. Ik knipte met mijn vingers om non-verbaal te corrigeren. Toen ze opnieuw begon met praten, keek ik haar aan, zei ze sorry en lette weer op. De leerlingen mochten tijdens het zelfstandig werken zachtjes met de buurman/vrouw overleggen. E. kwam hier hard bovenuit, ik riep haar naam en zei dat ze de andere leerlingen ook stoorde. Vijf minuten later hoorde ik haar weer. Ik heb nu gebruik gemaakt van de drieslagregel (Slooter, 2019). 'Ik hoor je hard praten met iemand die niet naast je zit, de afspraak was dat je zachtjes zou overleggen met je buurvrouw. Ik heb het nu ook al een paar keer gezegd, kom maar aan mijn tafel zitten en werk zelfstandig'. Ik gebruik de drieslagregel om ook aan te geven hoe mijn ordelijke situatie er in de klas uitziet (Geerts & Van Kralingen, 2020). E. ging netjes aan de slag aan mijn tafel. Toen ik een vraag achterin ging beantwoorden, hoorde ik E. voorin naar S. roepen. Dit is het moment dat ik haar uit de les heb gezet. Ik gaf ook aan dat ze al apart was gezet en vervolgens nog verder gaat. E. heeft zich netjes gemeld bij leerlingzaken en is na de les bij mij teruggekomen. Tijdens het 'herstelgesprek' vroeg ik of ze het begreep en wat ze volgende keer anders kan doen. Ze gaf zelf een oplossing voor de volgende les. We hebben afgesproken dat zij de gemiste opdrachten thuis zou maken, zodat ze geen belangrijke informatie mist. Vervolgens heb ik ouders gebeld om aan te geven dat E. mijn les uit is gezet en waarom. Haar moeder begreep het en zei dat ze het met E. zou bespreken. |
|
Resultaat/reflectie |
Het resultaat hiervan was heel positief. Op het moment dat E. verwijderd was, kwam er weer rust in de klas en gingen de klasgenoten weer rustig aan het werk. Daarnaast kwam E. de volgende les uit zichzelf bij mij aan mijn bureau zitten om te voorkomen dat ze weer een uitstuurbrief zou krijgen. Sindsdien zit ze altijd vooraan en is ze met grote stappen vooruit gegaan bij het vak Nederlands. |
|
Bewijs |
E. heeft een uitstuurbrief moeten halen en dit hebben wij samen ingevuld. Ik heb dit toegevoegd als bewijs. |

