Inleiding
Bij ruimtelijke ontwikkeling hebben we vaak te maken met een oude situatie. Denk daarbij aan bestaande beplanting en/of bouwkundige constructies.
Je moet jezelf altijd de vraag stellen wat hiervan gehandhaafd kan blijven, wat eventueel gerecycled kan worden en wat uiteindelijk afgebroken en afgevoerd moet worden. Het is daarom belangrijk om te weten wat er is, hoeveel daarvan is en in welke staat het verkeerd.
In dit arrangement gaan we dit doen door de beheergroepen te bepalen en de kwantitatieve en kwalitatieve gegevens hiervan op te nemen.
Beheergroepen
Het staat je vrij om te bepalen hoe je de aanwezige elementen op kwantiteit en kwaliteit inventariseerd.
In het openbare groen, waar het vaak om flinke bedragen gaat, wat ook nog eens door de belastingbetaler gefinancieerd wordt, is men al jaren gewend om op een transparante en systematische manier te werken. Hierbij worden de verschillende elementen in vergelijkbare beheergroepen ingedeeld. Deze beheergroepen zijn in hoofdzaak puntvormig, lijnvormig of vlakvormig. De kwaliteit van deze elementen kan vastgesteld worden aan de hand van beeldmeetlatten. Deze zijn te vinden in de Kwaliteitscatalogus openbare ruimte (KOR).
Opdracht 1: Zoek op internet naar 'beheergroepen'. Kijk vooral bij bestaande beheerplannen. Maak een lijst van hoofdgroepen en subgroepen.
Als het goed is zullen de verschillende beheergroepen die je gevonden hebt op hoofdgroepen niet veel van elkaar afwijken. Op subgroepen is dat vaak een ander verhaal. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Wellicht keek je bij beheergroepen van een specifiek gebied waar niet alle groepen aanwezig zijn en dus niet gemeld worden. Een andere oorzaak is dat er vanuit het verleden varschillende systemen waren waarmee men kon werken. Er was het IMAG Normenboek, de RAW systematiek, de eerste kwaliteitsmeetlatten, enz. Daarnaast waren er ook nog verschillende software-leveranciers welke soms een eigen indeling hanteerden.
Opdracht 2: Vergelijk je lijst met beheergroepen met het gedeelte van de schooltuin dat je gaat aanpakken. Schrap alle beheergroepen die niet in de object voorkomen en maak een extra lijstje van elementen welke wel aanwezig zijn maar niet in je lijst staan. Probeer deze onder de juiste hoofdgroepen te plaatsen.
Zoals al eerder gezegd, het staat ieder vrij om je eigen beheergroepen te kiezen maar het heeft grote voordelen wanneer de onderdelen van het groenbeheer wat betreft systematiek op elkaar aansluiten. Je ziet dat dit ook steeds meer het geval is en dat men daarbij kiest om de RAW systematiek als basis te nemen. Zo ook in de kwaliteitscatalogus.
Kwaliteit
Er zijn tijden geweest dat groenobjecten bij renovatie of aanleg in zijn geheel vervangen werden. Hopelijk zijn we als sector inmiddels zo ver dat we dit niet standaard meer willen en zullen doen.
Het is dan wel belangrijk om de kwaliteit van de aanwezige elementen in beeld te krijgen. Is het uberhaupt te handhaven of te hergebruiken?
Ook hier staat het je weer vrij om zelf kwaliteitscriteria te bepalen. Er is echter voor het openbare ruimte een handboek ontwikkeld waarin voor verschillende elementen kwaliteitsaspecten bepaald zijn, de Kwaliteitscatalogus openbare ruimte:
Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2018
Opdracht 3: Zoek in de Kwaliteitscatalogus welke beheergroepen deze hanteerd en vergelijk deze met je eigen lijst uit opdracht 2. Reflecteer op de volgende vragen:
Maak aan de hand van deze reflectie per beheer(sub)groep een overzicht van kwaliteitspunten welke je gaat inventariseren.
Kwantiteit
De verschillende elementen inventariseer je ook op kwantiteit, de hoeveelheden. Welke hoeveelheden je inventariseerd is afhankelijk van het doel. Als je een haag wilt gaan onderhouden wil je graag weten hoeveel vierkante meter er gesnoeid moet worden. Als de haag echter gerooid en afgevoerd moet worden is het voldoende in te kunnen schatten hoeveel kuub groenafval dit is.
Voor het bepalen van de hoeveelheden verdelen we elementen vaak in puntelementen, lijnelementen en vlakelementen. Bij het thema/IBS beheerplan heb je hier al eens naar gekeken. Samengevat, als je van prullenbakken het type weet, volstaat het om de hoeveelheid stuks te inventariseren (puntelement), bij een haag met een vaste hoogte en breedte, zou het voldoende moeten zijn om de lengte te meten (lijnelement) en van b.v. een gazon zal je oppervlakte en omtrek moeten inventariseren (vlakelement).
Opdracht 4: Bekijk je lijst uit opdracht 2 en bepaal of je de verschillende beheer(sub)groepen als punt-, lijn- of vloakelement kan inventariseren.
Geografisch Informatie Systeem
In de openbare ruimte wordt al sinds lange tijd voor het beheer gebruik gemaakt van geografische informatiesystemen (GIS).
Als je nog niet weet wat GIS is raad ik je aan de volgende webpagina te lezen: Geografisch informatiesysteem - Wikipedia
GIS is een ideale manier om de verschillende punt-, lijn- en vlakelementen letterlijk in kaart te brengen en te voorzien van data zoals de kwaliteit. Dit alles kan je in kaarten tekenen, opslaan en delen met anderen. Je kan andere digitale kaarten onder leggen om analyses te maken en conclusies te trekken.
Er zijn verschillende GIS applicaties die je kan gebruiken. Wellicht heb je tijdens je opleiding al eens met ArcGIS gewerkt. Dit is een uitstekende applicatie maar vereist wel dat je inlogt. Een andere, meer laagdrempelige GIS applicatie is EduGIS. Ook hier kan je kaartlagen maken en opslaan. Deze bestanden zijn vervolgens ook in andere GIS applicaties te importeren.
Opdracht 5: Ga naar Edugis.
Opdracht 6: Klik op de knop met het potloodje en kies 'Puntenlaag'. Maak voor je deel van de schooltuin een puntenlaag voor de bomen. Denk goed na welke informatie je wilt inventariseren (bv boomsoort, hoogte, staat van onderhoud, enz.)
Als je dit op je telefoon doet, kan je naar buiten lopen en de verschillende bomen vrij makkelijk invoeren door ter plekken een punt op de juiste plaats op de kaart ts zetten en vervolgens de gevraagde gegevens in te voeren.
Voor meer uitleg kan je in het volhgende youtubekanaal korte instructiefilmpjes vinden: Stichting Edugis - YouTube