Elk mechanisch instrument heeft kleine onvolkomenheden. Bij een gyrokompas zijn dit zaken als:
Wrijving (frictie): In de lagers van de gyroscoop en de ophanging (gimbals).
Onbalans: Minieme afwijkingen in de gewichtsverdeling van de tol.
Elektrische weerstand: Warmteontwikkeling in de wikkelingen van de elektromotor.
De Breedtefout (Latitude Error) Naast deze mechanische frictie is er een specifieke fout die per merk verschilt: de breedtefout. Bij veel mechanische kompassen (vooral die met een dempingssysteem) rust de as na het settelen niet exact op het ware noorden, maar met een kleine constante afwijking die groter wordt naarmate je verder van de evenaar komt.
(Zie breedtecorrectie, hierna)
De fabrikant levert hiervoor een tabel of grafiek (de correction curve) bij het kompas. Hiermee kan de officier de koers corrigeren op basis van de huidige breedtegraad.
Let op: Deze fout is constant voor een bepaalde breedte, in tegenstelling tot de vaartfout, die telkens verandert als het schip een andere koers of snelheid gaat varen.
