Bij een binding tussen een metaalatoom en een niet-metaalatoom worden een of meer elektronen overgedragen van het metaal naar het niet-metaal. Bijvoorbeeld Na+ en Cl-.
In een zoutkorrel is er een aantrekkende kracht tussen de Na+ en Cl-ionen. Dat is een ionbinding. Als de zoutkorrel wordt opgelost in water zweven de ionen los door het water, waarbij ze 'plakken' aan de dipool van water.