Het voortplantingsstelsel bestaat uit organen die zorgen voor de voortplanting en beginnen te werken in de puberteit.
Balzak: bevat teelballen en bijballen, houdt de temperatuur iets lager voor de ontwikkeling van zaadcellen.
Teelballen: maken zaadcellen.
Bijballen: slaan zaadcellen tijdelijk op.
Zaadleiders: vervoeren zaadcellen.
Zaadblaasjes en prostaat: voegen vocht en voedingsstoffen toe aan de zaadcellen.
Urinebuis: vervoert urine en sperma.
Penis: brengt sperma in de vagina.
Zwellichamen zorgen voor een erectie.
Eikel vangt prikkels op die kunnen leiden tot een orgasme.
Voorhuid bedekt de eikel; bij besnijdenis wordt deze verwijderd.
Zaadlozing: Sperma komt met schokken uit de penis, wat kan gebeuren tijdens geslachtsgemeenschap, zelfbevrediging (masturbatie) of in de slaap (natte droom).
